Burgemeester en wethouders kunnen voorzieningen
beschikbaar stellen, die een traject ondersteunen.
Onder voorzieningen worden verstaan:
een onderzoek naar en verslag over de mogelijkheden van
de belanghebbenden;
aanbodversterking;
begeleiding;
loonkostensubsidies;
bemiddeling;
activeringspremie als bedoeld in artikel 7;
bevordering van zelfstandige maatschappelijke
participatie;
een betaalde of onbetaalde arbeidsplaats;
schuldhulpverlening;
nazorg.
Burgemeester en wethouders kunnen een voorziening
beëindigen:
indien de persoon die aan de voorziening deelneemt zijn
verplichting als bedoeld in de artikel 9 van de wet niet
nakomt;
indien de persoon die deelneemt niet meer behoort tot de
doelgroep van de wet;
indien de persoon algemeen geaccepteerde arbeid
aanvaardt, waarbij geen gebruik wordt gemaakt van een
voorziening;
indien naar het oordeel van burgemeester en wethouders
de voorziening onvoldoende bijdraagt aan een snelle
arbeidsinschakeling.
Door middel van beleidsregels kan het college ten
aanzien van de voorzieningen, nadere regels stellen.
Deze regels kunnen in ieder geval betrekking hebben
op:
de voorwaarden waaronder een voorziening wordt
aangeboden;
de weigeringsgronden bij het aanbieden van
voorzieningen;
de intrekking of wijziging van de subsidieverlening of -
vaststelling;
de aanvraag van en de besluitvorming over subsidies en
premies;
de betaling van subsidies en het verlenen van
voorschotten;
het vragen van een eigen bijdrage;
overige criteria voor het aanbieden van voorzieningen en
het verstrekken van subsidies.
Bij de inzet van voorzieningen wordt gekozen voor die
voorzieningen die beschikbaar zijn en die adequaat en
toereikend zijn voor het doel dat beoogd wordt;
Voorzieningen die gericht zijn op de arbeidsinschakeling
worden alleen ingezet als zonder die inzet het vinden
van algemeen geaccepteerde arbeid niet mogelijk is.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 6
Vorm van de ondersteuning
Onderdeel van Reintegratieverordening Wet werk en Bijstand