In de Wmo wordt uitgegaan van wederzijdse inspanningen van zowel het college als de inwoner. Hiermee wordt niet uit het oog verloren dat iedereen een beroep mag doen op de gemeente.
De Wmo geeft niet aan wat er precies onder het begrip ‘eigen kracht’ verstaan wordt. In het onderzoek dat de gemeente na de melding uitvoert, moet (onder meer) de eigen kracht worden betrokken en meegewogen. Bij het inzetten van eigen kracht door de inwoner moet er vooral gekeken worden naar de mate waarin de inwoner, gegeven zijn beperkingen en persoonskenmerken, gemotiveerd meewerkt aan het inzetten van zijn eigen kracht. Bij het beoordelen van de eigen kracht mag alleen worden gekeken naar de mogelijkheden (bijv. mantelzorg, aanvullende verzekering) die daadwerkelijk aanwezig zijn.
Bij eigen kracht mag het inkomen en/of vermogen van de inwoner geen rol spelen.
Wanneer iemand aanspraak kan maken op een voorziening op grond van een andere wet, hoeft de gemeente in het kader van de eigen kracht die voorziening niet op grond van de Wmo te verstrekken. Zo mag van een thuiswonende echtgenoot met een WLZ indicatie worden verwacht dat het bedrag vanuit de WLZ dat bedoeld is voor huishoudelijke ondersteuning daar ook voor wordt ingezet. De gemeente mag daar dan rekening mee houden tijdens het indiceren van hulp bij het huishouden voor de leefeenheid. Een ander voorbeeld is een voorziening die primair een medisch of therapeutisch doel heeft, waarbij het bevorderen van de zelfredzaamheid of maatschappelijke participatie een secundair effect is. Deze voorziening valt niet binnen de reikwijdte van de Wmo.
De Wmo bevat geen aanknopingspunten dat de genoemde eigen kracht van de inwoner zover gaat dat de inwoner moet anticiperen op alle mogelijke gebreken die met het ouder worden samen kunnen hangen.
Daarbij heeft de gemeente de verantwoordelijkheid om te bevorderen dat inwoners en hun omgeving hun eigen probleemoplossend vermogen benutten en versterken. Zo wordt er jaarlijks aan 65-plussers de mogelijkheid geboden om een beroep te doen op een vrijwillige woonconsulent, vrijwillige ouderenadviseur en vrijwillige belastingadviseur waarmee kan worden bekeken hoe eventuele (toekomstige) problemen kunnen worden opgelost. Ze geven informatie, ondersteuning en advies op tal van terreinen en levensgebieden.
Hoofdstuk 3.
Artikel 3.7
Verantwoordelijkheden inwoner versus college
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning Gemeente Oost Gelre 2022