Het college weigert een urgentieverklaring indien naar zijn oordeel sprake is van één of meerdere van de volgende omstandigheden:
het huishouden van de aanvrager voldoet niet aan de in artikel 2.1.2 genoemde eisen;
er is geen sprake van een urgent woonprobleem;
de aanvrager kon het huisvestingsprobleem redelijkerwijs voorkomen of kan het huisvestingsprobleem redelijkerwijs op een andere wijze oplossen;
het aan de aanvraag ten grondslag liggende huisvestingsprobleem is ontstaan als gevolg van een verwijtbaar doen of nalaten van aanvrager of een lid van zijn huishouden.
Hoofdstuk 2 › § 2.3
Artikel 2.3.10