Als één ruimte wordt aangemerkt:
Een binnen de gemeente gelegen ruimte;
Een gedeelte van een in onderdeel a bedoelde ruimte dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
Een samenstel van twee of meer onder a bedoelde ruimten of in onderdeel b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
Het binnen de gemeente gelegen deel van een in onderdeel a bedoelde ruimte, van een onderdeel b bedoeld gedeelte daarvan of van een onderdeel c bedoeld samenstel.
Artikel 3.
Belastingobject
Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2022