Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 3.

Artikel 27.

Stemming; procedure hoofdelijke stemming

Onderdeel van Reglement van orde voor vergaderingen en andere werkzaamheden van de raad van Hoogeveen, 2021.

1. . De voorzitter van de raad vraagt de raadsleden of zij stemming verlangen. Is dit niet het geval dan stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder stemming is aangenomen. 2. . Bij het gebruik van apparatuur om een stem uit te brengen wordt over elk voorstel digitaal gestemd, waarna de uitslag van de stemming op het beeldscherm verschijnt. 3. . Als een voorstel zonder stemming wordt aangenomen, kunnen de in de raadsvergadering aanwezige raadsleden aantekening in het verslag vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich overeenkomstig artikel 28 van de wet van deelneming aan de stemming te hebben onthouden. 4. . Bij hoofdelijke stemming roept de griffier de raadsleden bij naam op hun stem uit te brengen. Bij loting wordt een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming en gaat vervolgens verder in de volgorde van de presentielijst. 5. . Bij hoofdelijke stemming brengen ter vergadering aanwezige raadsleden, met inachtneming van het gestelde in het zesde lid, hun stem uit door zich 'voor' of 'tegen' te verklaren, zonder enige toevoeging. 6. . Een raadslid is verplicht zijn stem uit te brengen, tenzij hij zich op grond van artikel 28 van de wet van stemming moet onthouden. 7. . Een raadslid dat zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, kan deze vergissing herstellen tot het volgende raadslid heeft gestemd. Bemerkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan deze nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt aantekening vragen van zijn vergissing. Dit brengt geen verandering in de uitslag van de stemming. 8. . De voorzitter van de raad deelt de uitslag na afloop van de stemming mee en doet daarbij mededeling van het genomen besluit en het aantal stemmen voor en tegen.

Rechtspraak bij dit artikel