Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 14.

Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Horst aan de Maas

1.. De hoogte van het pgb: wordt vastgesteld aan de hand van een door de cliënt opgesteld budgetplan waarin in ieder geval uiteen is gezet: welke diensten, hulmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorzieningen behoren de cliënt van het budget wil betrekken, en indien van toepassing, welke hiervan de cliënt wil betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk; wordt berekend op basis van een prijs of tarief: waarmee redelijkerwijs is verzekerd dat het pgb toereikend is om tijdig veilige, doeltreffende en kwalitatief goede diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorzieningen behoren, van derden te betrekken; waarbij rekening is gehouden met redelijke overheadkosten van derden van wie de cliënt diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen die tot de maatwerkvoorzieningen behoren te betrekken; waarbij, voor zover van toepassing, rekening is gehouden met de in lid 1 onder b gestelde voorwaarden betreffende het tarief onder welke de cliënt de mogelijkheid heeft om de betreffende diensten, hulpmiddelen, woningaanpassingen en andere maatregelen te betrekken van een persoon die behoort tot het sociale netwerk, en wordt indien nodig aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering; bedraagt niet meer dan de kostprijs van de in de betreffende situatie goedkoopste adequate in de gemeente tijdig beschikbare maatwerkvoorziening in natura zoals bedoeld in artikel 10 en zoals vastgelegd in de regionaal afgesloten raamovereenkomsten met aanbieders. 2.. Het pgb tarief voor de maatwerkvoorzieningen Wmo uit artikel 10, lid 2 c t/m h is niet hoger dan het maximale tarief van de maatwerkvoorziening in natura zoals vastgesteld in regionaal afgesloten raamovereenkomsten met aanbieders. Deze tarieven kunnen voorafgaand aan het opstellen van een budgetplan gecommuniceerd worden met de inwoner die het plan opstelt. 3.. Regels voor pgb beschermd wonen: Het pgb tarief als bedoeld in lid 1, onder b, bedraagt bij: professionele en gediplomeerde hulp: maximaal de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura; gediplomeerde ZZP’ers, maximaal 90% van de goedkoopst adequate voorziening in natura; niet-professionele hulp uit het eigen sociaal netwerk: 75% van het tarief voor professionele hulp, tot een maximumbedrag van € 20 per uur. Indien uit het onderzoek blijkt dat een cliënt structureel behoefte heeft aan aanvullende ondersteuning kan in uitzonderlijke gevallen een toeslag intensieve ondersteuning toegekend worden. Deze toeslag wordt toegekend indien er: als een gevolg van een lichamelijke of somatische aandoening, inzet van (verpleegkundige) ondersteuning nodig is aanvullend op beschermd wonen en/of; er sprake is van dermate complexe psychiatrische problematiek, in combinatie met ernstige gedragsproblematiek, waardoor er inzet van begeleiding nodig is aanvullend op beschermd wonen. Indien uit het onderzoek blijkt dat een cliënt behoefte heeft aan een geregisseerde dagbesteding, kan er een toeslag dagbesteding aanvullend op beschermd wonen worden toegekend. Voor de toepassing en berekening van de tariefdifferentiatie, zoals bedoeld in lid 3, onder b, van deze verordening, wordt in de basis uitgegaan van fictief aantal te leveren uren: voor beschermd wonen acht uur ondersteuning per week. 4.. Voor een sportrolstoel wordt rekening gehouden met de mate van het overstijgen van kosten t.o.v. gebruikelijke kosten (zie artikel 10, lid 1). 5.. Voor zover dit geen onderdeel is van het persoonsgebonden budget voor een zaak, kan het bedrag worden aangevuld met een vergoeding voor onderhoud en verzekering. Als het leefzorgplan en budgetplan aantoonbaar maken dat een financiële compensatie voor ondersteuning door het eigen netwerk doelmatiger, efficiënter en tot effectievere zorgondersteuning leidt, dan is het verstrekken van een pgb voor het sociaal netwerk mogelijk. 6.. Het pgb uurtarief voor het inzetten van hulp uit het eigen sociaal netwerk is gelijk aan het wettelijk minimumloon zoals dat geldt op het moment van de pgb verstrekking. Bij een wijziging van het wettelijk minimumloon past de budgethouder de zorgovereenkomst tussen de budgethouder en zorgverlener daarop aan. 7.. Het pgb mag niet worden ingezet voor: een eenmalige uitkering of een feestdagenuitkering voor de ondersteuner; reiskosten van de ondersteuner; kosten voor bemiddelingsbureaus, tussenpersonen of belangenbehartigers; administratiekosten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel