Bij de bepaling van grondprijzen voor woningbouw wordt onderscheid gemaakt in koop- en huurwoningen. Binnen de huurwoningen is nog een onderverdeling in sociale huur, markthuur midden segment en markthuur hoger segment.
4.2.1Koopwoningen en markthuurwoningen in het hoger segment
Voor deze subcategorie wordt de grondprijs bepaald via de comparatieve methode met een (residuele) toetsing op kostendekkendheid van deze grondprijs ten aanzien van de productiekosten op bouwrijpe grond. Daarmee wordt voorkomen dat de gemeente in vergelijking tot de regio te hoge of te lage grondprijzen vaststelt en als gevolg daarvan relatief minder of juist meer gegadigden aantrekt.
De grondprijs voor koopwoningen en markthuurwoningen in het hoger segment is gelijk, ongeacht de ontwikkelende partij. Het betreft een vaste prijs per m², ongeacht de omvang van het perceel. In de actuele Grondprijsbrief is de prijs terug te vinden.
Indien er appartementen gebouwd worden, geldt dat het aantal m² bruto vloeroppervlak (bvo) telt, als dat groter is dan het kaveloppervlak (Floor space index > 1,0).
4.2.2Markthuurwoningen in het midden segment
Voor deze subcategorie wordt een lagere grondprijs gevraagd om daarmee enerzijds de haalbaarheid en betaalbaarheid te vergroten en anderzijds om hier een stimulans aan de markt te geven. In basis is ook hier de comparatieve methode met een (residuele) toetsing op kostendekkendheid gebruikt. De grondprijs voor koopwoningen en markthuurwoningen in het hoger segment wordt hiervoor als basis gehanteerd. Die wordt vervolgens verlaagd met € 50 per m². Er wordt op die manier aangesloten bij de bedragen die in de periode tot 2020 voor de subcategorie markthuurwoningen werd gevraagd (zie ook paragraaf 1.2).
In het Masterplan Wonen 2021-2025 is aangegeven dat voor ontwikkellocaties een verdeling van 30% sociale huur, 30% markthuurwoningen en 40% koopwoningen het streven is. In deze nota wordt onderscheid gemaakt binnen de noemer markthuur, namelijk hoger segment en midden segment. Onder midden segment wordt verstaan een huurprijs niet zijnde sociale huur en maximaal € 1000 per maand, exclusief servicekosten (prijspeil 2021), niet zijnde sociale huur (zie 4.2.3). Markthuur in het hoger segment omvat dan de woningen waarvoor een huurprijs vanaf € 1000 per maand geldt (prijspeil 2021).
De grondprijs is een vast bedrag per m², ongeacht de omvang van het perceel. In de actuele Grondprijsbrief is de prijs terug te vinden.
Evenals bij de koopwoningen en de markthuurwoningen in het hoger segment, geldt ook bij deze subcategorie dat het aantal m² bvo telt als dat groter is dan het kaveloppervlak.
Voor deze subcategorie is een extra voorwaarde van toepassing. De woningen moeten de eerste 15 jaar (veranderd t.o.v. 2013) na oplevering geëxploiteerd worden als markthuurwoning in het midden segment. Daarmee wordt geborgd dat er geen oneerlijke concurrentie ontstaat met koopwoningen en/of markthuurwoningen in het hoger segment. Verkoop is alleen mogelijk als er een nabetaling plaatsvindt ter grootte van het prijsverschil met de grondprijs voor koopwoningen. Een zelfde verplichting geldt als de huurprijs verhoogd wordt waardoor die als huur in het hogere segment wordt aangemerkt.
4.2.3Huurwoningen, sociale huur
Voor deze subcategorie wordt een lagere grondprijs gevraagd om daarmee de betaalbaarheid van deze woningen te vergroten. Er wordt aangesloten bij de grondprijs die sinds 2020 voor deze subcategorie geldt. Het verschil met de grondprijs voor koopwoningen en markthuurwoningen in het hoger segment bedraagt per 2022 € 100 per m².
Sociale huur is een huur onder de huurgrens (liberalisatiegrens). Deze grens wordt jaarlijks door het Rijk vastgesteld. De liberalisatiegrens bedraagt voor 2021 € 752,33 per maand. Eind 2022 wordt de liberalisatiegrens voor 2022 bekend gemaakt.
De grondprijs is een vast bedrag per m², ongeacht de omvang van het perceel. De woningcorporaties bepalen zelf welke kavelgrootte voor hen optimaal is. In de actuele Grondprijsbrief is de prijs terug te vinden.
Evenals bij de koopwoningen en de markthuurwoningen in het hoger segment, geldt ook bij deze subcategorie dat het aantal m² bvo telt als dat groter is dan het kaveloppervlak.
Voor deze subcategorie is een extra voorwaarde van toepassing. De woningen moeten de eerste 15 jaar na oplevering geëxploiteerd worden als sociale huurwoning. Daarmee wordt geborgd dat er geen oneerlijke concurrentie ontstaat met koopwoningen en/of markthuurwoningen in het hoger segment (anti-speculatiebeding). Verkoop is alleen mogelijk als er een nabetaling plaatsvindt ter grootte van het prijsverschil met de grondprijs voor koopwoningen. Een zelfde verplichting geldt als de huurprijs verhoogd wordt waardoor die als huur in het hogere segment wordt aangemerkt.