Onder maatschappelijke voorzieningen verstaan we voorzieningen ten behoeve van zorg, onderwijs, sport, kunst, cultuur, levensbeschouwing en buurtvoorzieningen, inclusief ondergeschikte detailhandel en horeca ten dienste van deze voorzieningen. Daarbinnen wordt onderscheid gemaakt naar commerciële en niet-commerciële voorzieningen.
Grondprijzen voor maatschappelijke voorzieningen worden eveneens case-afhankelijk bepaald. Aan de hand van de aspecten van waarde, kosten en wenselijkheid wordt door ons college een integrale afweging gemaakt over de uitgifte van gronden voor maatschappelijke doeleinden.
Commerciële maatschappelijke voorzieningen
Tot deze subcategorie behoren onder meer:
(Para-)medische beroepen die solitair of in een groepspraktijk zijn gevestigd;
Zorghotels;
Kinderdagverblijven en commerciële opleidingsinstituten;
Sportscholen.
Voor deze voorzieningen wordt een marktconforme prijs nagestreefd, op basis van één of meerdere marktwaarde-benaderingen (en daar waar noodzakelijk geacht ondersteund door een externe taxatie), middels een vergelijkbare methodiek als voor kantoren, retail, horeca en overige commerciële voorzieningen.
Niet-commerciële voorzieningen
Tot deze subcategorie behoren onder meer:
Basisscholen;
Sportvoorzieningen (voor verenigingen);
Verpleeghuizen;
Dierenweides.
Het streven voor niet-commerciële maatschappelijke voorzieningen is in ieder geval een kostprijs dekkende grondprijs, waarbij alle kosten omtrent het bouw- en woonrijp maken van de locatie worden meegenomen.