**1..** Tot de woningzoekenden bedoeld in artikel 2.3.3., derde lid behoort de woningzoekende uit artikel 12, derde lid van de wet:
die verblijft in een voorziening voor tijdelijke opvang van personen die in verband problemen van relationele aard of geweld zijn woonruimte heeft verlaten;
die mantelzorg als bedoeld in artikel 1.1.1. van de Wet maatschappelijke ondersteuning 2015, verleent of ontvangt en voldoet aan de volgende voorwaarden:
de zorg wordt voor meer dan 8 uur per week geleverd en duurt langer dan 3 maanden;
de mantelzorgrelatie kan worden aangetoond met een verklaring van bijvoorbeeld een huisarts, wijkverpleegkundige of een andere sociaal-medische adviseur;
er zijn voor de mantelzorgontvanger en mantelzorger geen voorliggende voorzieningen waarmee de noodzaak tot verhuizen vervalt;
het woonprobleem kan niet worden opgelost door bijvoorbeeld: woningruil, doorstroming via een corporatie, huren in de vrije sector bij een hoger inkomen;
de huurder zegt bij toewijzing van de nieuwe huurwoning de huurwoning die wordt achtergelaten op;
de mantelzorgontvanger is voor zijn participatie en zelfredzaamheid afhankelijk van de mantelzorger;
de mantelzorgontvanger of de mantelzorgverlener is woonachtig binnen Zuid-Kennemerland;
de afstand tussen de woning van de mantelzorgontvanger en de mantelzorgverlener is groter dan wat reëel en haalbaar is om adequate mantelzorg te kunnen verlenen.
HOOFDSTUK 2. › § 2.3.
Artikel 2.3.4.
Voorrang bij urgentie – wettelijke groepen
Onderdeel van Huisvestingsverordening Zuid-Kennemerland/IJmond: Zandvoort 2022