Geen mandaat wordt verleend van de bevoegdheid tot:
het beslissen op een bezwaar aan degene die het primaire besluit krachtens mandaat heeft genomen;
het geven van een oordeel over klachten;
het vaststellen van beleidsregels en;
het nemen van besluiten waaruit financiële gevolgen voortvloeien die niet zijn voorzien in de begroting.