**1..** Voor jeugdhulp geldt dat gemeenten geen voorzieningen hoeven te treffen als er aanspraak mogelijk is op de Wlz, of als er een recht op zorg als bedoeld bij of krachtens de Zvw en/of Passend Onderwijs bestaat;
**2..** Voor de overgang van 18- naar 18+ geldt dat:
als de zorg vanaf 18 jaar op grond van een andere wet (Zvw, Wlz of Wmo) kan worden verleend, de gemeente niet meer jeugdhulp plichtig is;
als het om een vorm van jeugdhulp gaat die voor meerderjarigen niet op grond van een andere wet kan worden voortgezet (met name jeugd- en opvoedhulp, niet zijnde jeugd- GGZ of jeugd-LVG), dan blijft de gemeente wèl verantwoordelijk voor het voortzetten van de jeugdhulp tot 23 jaar, behoudens artikel 1.1, lid 3 Jeugdwet;
**3..** Zorg in de (aanvullende) ziektekostenverzekering is een uitsluitingsgrond, hieronder vallen de vaktherapieën. Dit geldt voor zowel pgb als zorg in natura (ZIN). Er kan geen individuele jeugdhulpvoorziening worden verstrekt voor vaktherapie, tenzij dit een onderdeel is van een multidisciplinaire geneeskundige behandeling in het kader van de geneeskundige ggz. (De desbetreffende jeugdhulpaanbieder kan dan onder eigen regie vak therapie inzetten). Voor enkel vaktherapie kan geen individuele jeugdhulpvoorziening worden verstrekt en wordt verwezen naar de (aanvullende) zorgverzekering;
**4..** Respijtzorg biedt ouders de mogelijkheid hun zorgtaken voor hun kind tijdelijk aan een ander over te dragen. Hierdoor kunnen zij af en toe vrijaf nemen van de zorg voor hun kind en kunnen zij de zorg voor hun kind beter volhouden. Respijtzorg is een belangrijk middel om overbelasting van ouders te voorkomen. Respijtzorg kan aangevraagd worden door middel van een jeugdhulpvoorziening of in het kader van de Wlz of Zvw.
Onder respijtzorg verstaan we niet jeugdhulp die bedoeld is voor naschoolse opvang of opvang tijdens de schoolvakanties. In zeer specifieke omstandigheden kunnen jeugdigen gebruik maken van een naschoolse opvang of vakantieopvang. Dit geldt voor jeugdigen die onder cluster 1 en 2 onderwijs volgen, jeugdigen die cluster 3 en 4 onderwijs volgen en jeugdigen die zeer agressief gedrag vertonen en BSO-plus voorziening onvoldoende begeleiding kan bieden;