Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2 › § 2.1.2

Artikel 2.2.

(aanwijzing beschermde gemeentelijke monumenten)

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Oegstgeest

1.. Het college kan een monument en een archeologisch monument aanwijzen als beschermd gemeentelijk monument. 2.. Voor een aanwijzing komen in aanmerking monumenten en archeologische monumenten die van bijzonder belang zijn voor de gemeente vanwege hun schoonheid, betekenis voor de wetenschap of cultuurhistorische waarde. 3.. Van het voornemen om een monument of een archeologisch monument aan te wijzen als beschermd gemeentelijk monument, stelt het college de zakelijk gerechtigden schriftelijk in kennis. 4.. De zakelijk gerechtigden zijn degenen die volgens de openbare registers, bedoeld in artikel 8, eerste lid, van de Kadasterwet, een zakelijk recht hebben op het monument, het archeologisch monument of de onroerende zaak waarop of waarin zich het monument of archeologisch monument bevindt. 5.. Het college kan toepassing van het derde lid achterwege laten voor zover de vereiste spoed zich daartegen verzet. In dat geval vervalt de aanwijzing na 26 weken, tenzij het college voor het verstrijken van die termijn een besluit tot aanwijzing met toepassing van het derde lid heeft genomen. 6.. Het eerste en vijfde lid zijn niet van toepassing op: rijksmonumenten als bedoeld in artikel 1.1 van de Erfgoedwet; en monumenten en archeologische monumenten die zijn aangewezen in het provinciaal erfgoedregister, bedoeld in artikel 3.17, derde lid, van de Erfgoedwet. 7.. Voordat een kerkelijk monument wordt aangewezen, voert het college overleg over het voornemen met de eigenaar.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel