Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › § 3.6.2

Artikel 3.105

(vergunningvoorschriften)

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Oegstgeest

1.. Aan een vergunning wordt in ieder geval het voorschrift verbonden dat binnen een bij dat voorschrift gestelde termijn en volgens de door het college gegeven aanwijzingen wordt overgegaan tot het herplanten van houtopstand, tenzij daarvan met redenen omkleed wordt afgeweken. 2.. Als herplanten niet mogelijk is op of in de nabijheid van de locatie waarop de houtopstand wordt geveld, kan aan de vergunning een voorschrift worden verbonden die inhoudt dat een geldelijke bijdrage moet worden geleverd aan een fonds, waarvan de hoogte is gebaseerd op de maximale boomwaarde van de gevelde houtopstand. 3.. Als herplanten slechts gedeeltelijk mogelijk is kan aan de vergunning een voorschrift worden verbonden die inhoudt dat een geldelijke bijdrage moet worden geleverd aan een fonds, waarvan de hoogte is gebaseerd op de maximale boomwaarde van de gevelde houtopstand minus de kosten van het materiaal voor het herplanten. 4.. Als aan de vergunning het voorschrift, bedoeld in het eerste lid, is verbonden wordt ook bepaald binnen welke termijn houtopstand die is herplant en niet is aangeslagen moet worden vervangen. 5.. In de vergunning kan worden bepaald dat pas met het vellen van de houtopstand mag worden begonnen als: alle vergunningen, ontheffingen en andere toestemmingen die nodig zijn om het project te realiseren, onherroepelijk zijn; of de voortgang van het project waar het vellen van de houtopstand onderdeel van uitmaakt, voldoende is gewaarborgd.

Rechtspraak bij dit artikel