**1..** Onverminderd artikel 3.10 wordt de vergunning geweigerd:
als de activiteit in strijd is met het van toepassing zijnde bestemmingsplan van de gemeente Oegstgeest;
als de aanvrager een geldige vergunning voor het innemen van een standplaats heeft of een zodanige vergunning heeft aangevraagd en het college daarop nog geen besluit heeft genomen, tenzij artikel 3.72, vierde lid, van toepassing is;
als de aanvrager niet is vermeld in de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen; of
als de aanvrager niet een handelingsbekwaam natuurlijk persoon is.
**2..** De vergunning kan in ieder geval worden geweigerd als:
de fysieke middelen op de standplaats niet voldoen aan redelijke eisen van welstand, tenzij de standplaats wordt ingenomen met een bouwwerk; of
een kwantitatieve of territoriale beperking als gevolg van bijzondere omstandigheden in de gemeente of in een deel van de gemeente noodzakelijk is in verband met een dwingende reden van algemeen belang;
**3..** Het eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing als voor de activiteit een omgevingsvergunning voor een project als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onder c, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht is verleend.
**4..** Als een aanvraag om een omgevingsvergunning als bedoeld in het derde lid is ingediend, houdt het college de aanvraag om de vergunning voor het innemen van de standplaats aan totdat op de aanvraag om de omgevingsvergunning een besluit is genomen.
**5..** Als niet binnen acht weken nadat de aanvrager door het college in kennis is gesteld van de mogelijkheid van het derde lid, een aanvraag om een omgevingsvergunning is ingediend, wordt de vergunning voor het innemen van de standplaats geweigerd.
HOOFDSTUK 3 › § 3.4.6
Artikel 3.71
(beoordelingsregels vergunning)
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Oegstgeest