De rechthebbende op een onderdeel van de fysieke leefomgeving die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat dat onderdeel nadelige gevolgen kan hebben voor de belangen, bedoeld in artikel 4.2, is verplicht:
alle maatregelen te nemen die redelijkerwijs van diegene kunnen worden gevraagd om die gevolgen te voorkomen; en
voor zover deze niet kunnen worden voorkomen: die gevolgen zoveel mogelijk te beperken of ongedaan te maken.
HOOFDSTUK 4 › § 4.1.1
Artikel 4.4
(specifieke zorgplicht)
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Oegstgeest