**1..** Een vergunning voor het innemen van een standplaats op een locatie voor vaste standplaatsen als bedoeld in artikel 2.10, wordt verleend:
voor een periode van vijf jaar;
voor een vaste dag per week; en
aan een natuurlijk persoon.
**2..** Een vergunning voor het innemen van een standplaats op een locatie voor tijdelijke standplaatsen als bedoeld in artikel 2.11, wordt verleend aan een natuurlijk persoon voor ten hoogste dertig aaneengesloten dagen.
**3..** Aan een vergunning kunnen in ieder geval voorschriften worden verbonden over:
de afmeting van de standplaats en de openingstijden;
de afstanden tot gebouwen, plaatsen en objecten die in acht moeten worden genomen;
het voorkomen of zoveel mogelijk beperken van verontreiniging van de openbare ruimte, geurhinder, geluidhinder, trillinghinder en brandgevaar;
het laden en lossen en het opbouwen van kramen;
het waarborgen van de veiligheid van omwonenden, bezoekers en andere standplaatshouders;
het voorkomen, ongedaan maken of vergoeden van schade aan derden, het openbaar groen, fiets- en voetpaden en de weg;
het doelmatig beheer van afvalstoffen en het lozen van afvalwater; en
het gebruik van toestellen en apparaten.
**4..** Het college kan afwijken van het eerste lid, aanhef en onder b, en het tweede lid, als er sprake is van een bijzondere omstandigheid.
**5..** Bij het verlenen van een vergunning kan het college rekening houden met het belang van een gevarieerd aanbod van goederen en diensten.
HOOFDSTUK 3 › § 3.4.6
Artikel 3.73
(voorschriften en beperkingen)
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Oegstgeest