**1..** Het is verboden een openbare inrichting te exploiteren zonder vergunning van de burgemeester.
**2..** De burgemeester weigert de vergunning als de exploitatie van de openbare inrichting in strijd is met het omgevingsplan.
**3..** In afwijking van het bepaalde in artikel 1:8 kan de burgemeester de vergunning slechts geheel of gedeeltelijk weigeren als naar zijn oordeel moet worden aangenomen dat:
de woon- of leefsituatie in de omgeving van de openbare inrichting of de openbare orde op ontoelaatbare wijze nadelig wordt beïnvloed; of
de exploitant of de leidinggevende in enige opzicht van slecht levensgedrag is.
**4..** Geen vergunning is vereist voor een openbare inrichting die zich bevindt in een:
winkel als bedoeld in artikel 1 van de Winkeltijdenwet voor zover de activiteiten van de openbare inrichting een nevenactiviteit vormen van de winkelactiviteit;
een zorginstelling;
een museum; of
een bedrijfskantine of – restaurant.
**5..** De burgemeester kan openbare inrichtingen, dan wel categorieën van openbare inrichtingen aanwijzen waarvoor het verbod van artikel 2:28 lid 1 niet geldt. De burgemeester kan daarbij algemene regels stellen waaraan moet worden voldaan om het verbod van artikel 2:28 lid 1 te laten gelden voor de exploitatie van een openbare inrichting.
**6..** Op de aanvraag om een vergunning of vrijstelling is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht (positieve fictieve beschikking bij niet tijdig beslissen) niet van toepassing.
HOOFDSTUK 2. › Paragraaf
Artikel 2:28
Exploitatie openbare inrichting
Onderdeel van Algemene plaatselijke verordening Terschelling 2021