Een cliënt die een aanvraag heeft ingediend of aan wie krachtens deze verordening een voorziening is verstrekt, is verplicht zo spoedig mogelijk en schriftelijk aan het college mededeling te doen van feiten en omstandigheden waarvan redelijkerwijs duidelijk moet zijn dat deze van invloed kunnen zijn op het recht op een voorziening.
Onverminderd artikel 2.3.10 van de wet kan het college een besluit, genomen op grond van deze verordening, geheel of gedeeltelijk herzien of intrekken als het college vaststelt dat:
niet of niet meer is of wordt voldaan aan de criteria of voorwaarden gesteld bij of krachtens deze verordening;
beschikt is op grond van gegevens waarvan gebleken is dat die gegevens zodanig onjuist waren dat, waren de juiste gegevens bekend geweest, een andere beslissing zou zijn genomen;
de cliënt niet langer op de voorziening is aangewezen;
de voorziening niet meer toereikend is te achten;
de cliënt de voorziening niet of voor een ander doel gebruikt dan waarvoor hij is verstrekt;
de cliënt wangedrag heeft vertoond bij het ontvangen van diensten dan wel onzorgvuldige omgang met verstrekte voorzieningen;
de cliënt fraude heeft gepleegd.
Een besluit tot verlening van een persoonsgebonden budget kan worden ingetrokken als blijkt dat het budget binnen zes maanden na toekenning niet is aangewend voor de bekostiging van de voorziening waarvoor de verlening heeft plaatsgevonden of wanneer de voorziening niet meer noodzakelijk is.
Ingeval het recht op een in eigendom verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
Ingeval het recht op een in bruikleen verstrekte voorziening is ingetrokken, kan deze voorziening worden teruggevorderd.
Het college onderzoekt uit het oogpunt van kwaliteit van de geleverde zorg, al dan niet steekproefsgewijs, de bestedingen van PGB’s.
Het college kan nadere regels stellen met betrekking tot intrekking en terugvordering.
HOOFDSTUK 2:
Artikel 15.
Intrekking en terugvordering
Onderdeel van Verordening Maatschappelijke ondersteuning gemeente Gennep 2022