Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 30

Aanvraag omgevingsvergunning

Onderdeel van Beleidsregel Standplaatsen Reusel-De Mierden

Bij een tijdelijke standplaatsvergunning kan sprake zijn van een bouwwerk waarvoor ook een omgevingsvergunning is vereist. Er is sprake van een bouwwerk wanneer: er sprake is van een driedimensionaal gebouwd object (constructie); er sprake is van een omvang van minimaal 2 m² (enige omvang); het bouwwerk direct of indirect steun vindt in of op de grond (direct of indirect steun in of op de grond); het bouwwerk bedoeld is om ter plaatse te functioneren (ter plaatse functioneren). De objecten op standplaatsen voldoen aan deze criteria, maar zijn daarmee niet direct omgevingsvergunningplichtig. Vooral criterium 4 is hierbij van belang. Over het algemeen is een object bedoeld om ter plaatse te functioneren als het object langer dan 31 dagen op dezelfde plaats staat. Er moet dan wel sprake zijn van een permanent karakter. Bij een onderzoekswagen e.d. is wel sprake van een periode langer dan 31 dagen, maar niet van een permanent karakter. Daarvoor is dus geen omgevingsvergunning vereist. Of sprake is van een omgevingsvergunningplicht moet per geval worden beoordeeld. Is een omgevingsvergunning vereist dan blijft ook een tijdelijke standplaatsvergunning vereist.

Rechtspraak bij dit artikel