Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 8

Specifieke gebieden

Onderdeel van Beleidsregel permanente en tijdelijke reclame Reusel-De Mierden

1.. Bij het voeren van reclame voor sport-, recreatie- en evenemententerreinen gelden de volgende algemene uitgangspunten: reclame is uitsluitend toegestaan op de velden of terreinen waarop de sport beoefend wordt of waar gerecreëerd wordt; met uitzondering van de clubnaam en/of de naam van het terrein mag geen reclame worden gericht naar de openbare weg en/of ruimte; reclame achter of op glas wordt als reclame gezien. 2.. Aanvullend op het eerste lid geldt voor tribunes het volgende uitgangspunt: reclame is uitsluitend naar het veld gericht toegestaan. 3.. Aanvullend op het eerste lid gelden voor gevelreclame de volgende uitgangspunten: de naam en/of het logo is maximaal 2 m²; aanlichten is toegestaan; de naam en/of het logo in een lichtreclame is maximaal 1 m²; merkreclame is maximaal 1 m² en wordt uitsluitend op of tegen de gevel van (club)gebouwen geplaatst. 4.. Aanvullend op het eerste lid gelden voor vrijstaande reclame-uitingen de volgende uitgangspunten: de naam en/of het logo is maximaal 2 m²; reclameborden rondom sportvelden zijn naar het veld gericht; aanlichten en/of lichtreclame is niet toegestaan; maximaal 5 vlaggenmasten van per stuk maximaal 6 meter hoog zijn per (club)gebouw toegestaan. 5.. Bij het voeren reclame voor verkooppunten van motorbrandstoffen gelden de volgende algemene uitgangspunten: alleen bedrijfsgebonden merkreclame, logo en/of naamsaanduiding en aankondiging van interne acties mogen worden geplaatst; verwijsreclame is niet toegestaan; lichtreclame is alleen toegestaan tegen de luifelrand, de pompeilanden en de pompshop; brandstofproducten- of prijsborden zijn alleen inwendig zwak verlicht of zwak aangelicht; oplichtende tekst en/of cijfers zijn niet toegestaan; verlichting ten behoeve van reclamedoeleinden mag geen hinderlijke instraling hebben op woningen en omgeving; de vormgeving, plaats en kleur moet afgestemd zijn op de desbetreffende gevelopzet; reclameobjecten worden verkeersveilig geplaatst; er is minimaal een vrije doorgang op het trottoir van 1,5 meter breed. 6.. Aanvullend op het vijfde lid gelden voor gevelreclame de volgende uitgangspunten: bij plaatsing tegen de gevel is maximaal 10% van het betreffende geveloppervlakte bedekt; bij plaatsing tegen de gevel is maximaal 3% van het betreffende geveloppervlakte bedekt met lichtreclame; maximaal 15% van het betreffende geveloppervlakte is bedekt met dakranden en boeidelen in de huisstijl; bij plaatsing tegen de gevel zijn maximaal 3 vlaggen met elk een oppervlakte van maximaal 1 m² toegestaan. bij plaatsing op de dakrand is maximaal 5% van het betreffende geveloppervlakte bedekt; bij plaatsing op de dakrand is maximaal 5 m² aangelicht of als lichtreclame toegestaan; bij plaatsing op de dakrand zijn maximaal 5 vlaggen met elk een oppervlakte van maximaal 1 m² toegestaan; dakranden en boeidelen van een luifel mogen in huisstijlkleuren met logo worden uitgevoerd; verlichting aan de luifel is alleen toegestaan op de naar de weg toegekeerde zijde.

Rechtspraak bij dit artikel