**1..** Indien binnen het grondgebied van de gemeente archeologisch (voor)onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de archeologische monumentenzorg, in de zin van de Erfgoedwet, dient dit onderzoek te voldoen aan de gemeentelijke archeologische richtlijnen die in aanvulling op programma’s van eisen door het college zijn vastgesteld en waarmee aanvullende voorwaarden kunnen worden gesteld aan de uitvoeringsmethodiek en rapportage van archeologisch onderzoek.
**2..** Indien binnen het grondgebied van de gemeente archeologisch onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van het doen van opgravingen in de zin van paragraaf 5.1 van de Erfgoedwet, dient onverminderd de overige bepalingen van deze wet:
Het college een programma van eisen vast te stellen als bedoeld in artikel 1.4 van bijlage 2 van deze verordening fysieke leefomgeving, waarbij nadere eisen worden gesteld aan het onderzoek;
De verstoorder, voorafgaand aan het onderzoek, een plan van aanpak als bedoeld in artikel 1.4 van bijlage 2 van deze verordening fysieke leefomgeving ter goedkeuring aan het college te overleggen;
**3..** In de nadere regels kan het college bepalingen opnemen met betrekking tot het toezicht op de feitelijke uitvoering van het plan van aanpak. Tijdens het onderzoek dienen aanwijzingen van het college in acht te worden genomen.
**4..** Om te kunnen beoordelen of het plan van aanpak aan het programma van eisen en eventuele nadere eisen voldoet, vraagt het college advies aan een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3.6
Artikel 2.3.6.4
Archeologisch (voor)onderzoek en opgravingen
Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Reusel-De Mierden