In de gebieden A als omschreven in artikel 2.5.1 van deze afdeling, geldt de volgende andere waarde.
Op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij voor zover de voor geur gevoelige objecten in het gebied zich bevinden binnen de bebouwde kom: 0,1 odour units (ouE/m3).
In gebied B als omschreven in artikel 2.5.1 van deze afdeling, geldt de volgende andere waarde.
Op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de voor geur gevoelige objecten: 5 odour units (ouE/m3).
In gebied C als omschreven in artikel 2.5.1 van deze afdeling, geldt de volgende andere waarde.
Op grond van artikel 6, lid 1 van de Wet en in afwijking van artikel 3, lid 1 van de Wet bedraagt de maximale waarde voor de geurbelasting van een veehouderij op de voor geur gevoelige objecten: 10 odour units (ouE/m3).
In de gebieden A, B en C als omschreven in artikel 2.5.1 van deze afdeling, geldt de volgende andere waarde voor de vaste afstand van melkveehouderijen.
Op grond van artikel 6, lid 3 van de Wet en in afwijking van artikel 4, lid 1 van de Wet bedraagt de vaste afstand van melkveehouderijen tot de voor geur gevoelige objecten, de in onderstaande tabel aangegeven waarde.
Vaste afstanden (meters)
Melkkoeien, jongvee, zoogkoeien
1-100 dieren 101-200 dieren 201-300 dieren 301-400 dieren 401 dieren en meer
Bebouwde kom 100 125 175 250 300
Buitengebied 50 70 90 140 180