Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5.1

Artikel 3.5.1.2

Omgevingsvergunning gemeentelijk monument

Onderdeel van Verordening fysieke leefomgeving Reusel-De Mierden

1.. Het is verboden zonder een omgevingsvergunning van het college een gemeentelijk monument: te slopen, te verstoren, te verplaatsen of in enig opzicht te wijzigen, of te herstellen, te gebruiken of te laten gebruiken op een wijze waardoor het wordt ontsierd of in gevaar gebracht. 2.. Het eerste lid is niet van toepassing op: De uitvoering van normaal onderhoud, voor zover detaillering, profilering, vormgeving, materiaalsoort en kleur van het monument niet wijzigen, en voor zover de aanleg van een tuin, park of andere aanleg, niet wijzigt, of Inpandige veranderingen van het monument, voor zover het een onderdeel daarvan betreft dat vanuit het oogpunt van monumentenzorg zonder betekenis is. 3.. Het college kan in het belang van de monumentenzorg nadere regels stellen met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden aan een gemeentelijk monument. Ook kan het nadere regels van de aanvrager verlangen, waaronder de resultaten van een bouwhistorisch onderzoek, een cultuurhistorische analyse of een werkomschrijving van de werkzaamheden/bestek van de werkzaamheden. Deze regels kunnen mede inhouden een vrijstelling van een verbod, bedoeld in lid 1, of een plicht tot het melden van handelingen bedoeld in lid 2. 4.. Het college zendt onmiddellijk een afschrift van de aanvraag om een omgevingsvergunning aan de gemeentelijke adviescommissie voor advies of, indien het een archeologisch monument betreft, aan een deskundige op het gebied van de archeologische monumentenzorg voordat zij beslissen op de aanvraag. Binnen 4 weken na de datum van verzending van het afschrift van deze aanvraag brengt de gemeentelijke adviescommissie schriftelijk advies uit aan het college.

Rechtspraak bij dit artikel