Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 1

Artikel 1.2.

Maatwerkvoorziening verstrekt als Persoonsgebonden budget

Onderdeel van Nadere Regels maatschappelijke ondersteuning Uithoorn 2022

1.. Het college kent onverminderd artikel 2.3.6. van de wet, geen persoonsgebonden budget toe: als er sprake is van ondersteuning in een spoedeisende situatie, als bedoeld in artikel 2.3.3 van de wet; voor zover het persoonsgebonden budget is bestemd voor besteding in het buitenland. voor zover dit is bedoeld voor de betaling van tussenpersonen of belangenbehartigers; voor zover dit is bedoeld voor reis-, parkeer-, ondersteunings- of administratiekosten of andere kosten in verband met het persoonsgebonden budget. 2.. Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan diensten onder de volgende voorwaarden betrekken van een professioneel Wmo-ondersteuner: De ondersteuner beschikt over een inschrijving bij de Kamer van Koophandel; De ondersteuner beschikt over een relevante opleiding; De ondersteuner verleent de ondersteuning beroepsmatig; De ondersteuner staat geregistreerd bij een beroepsorganisatie; De ondersteuner beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). 3.. Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt, kan diensten onder de volgende voorwaarden betrekken van een persoon die behoort tot het sociaal netwerk (een niet professioneel ondersteuner): als de dienst zorg omvat waarvoor krachtens landelijk geldende kwaliteitscriteria een minimale opleiding vereist is, beschikt de persoon over de desbetreffende kwalificatie; deze persoon niet heeft aangegeven dat de ondersteuning aan de cliënt hem te zwaar valt, en de persoon uit het sociaal netwerk van wie de dienst wordt betrokken zal niet het budget beheren, uitgezonderd zijn familieleden in de eerste tot en met de derde graad. de persoon uit het sociaal netwerk beschikt over een Verklaring Omtrent Gedrag (VOG). 4.. Een cliënt aan wie een persoonsgebonden budget wordt verstrekt voor de aanschaf of bekostiging van een hulpmiddel, kan het budget uitsluitend aanwenden voor inkoop van de voorziening of dienst bij een partij die staat ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. 5.. Een pgb-houder is vrij in het inkopen van ondersteuning tegen een hoger tarief dan het gemeentelijke tarief bij een professionele ondersteuner zonder vrijwillige storting te doen. Door de hogere kosten van deze ondersteuning kunnen feitelijk minder uren ingekocht worden. 6.. Indien een pgb wordt aangevraagd voor een voorziening waarvoor geen tarief “in natura” is vastgesteld heeft het college de bevoegdheid om alsnog een tarief vast te stellen. 7.. De kwaliteit van de voorziening in de vorm van een pgb is zodanig dat: de dienstverlening veilig, doeltreffend doelmatig en cliëntgericht wordt verstrekt; de dienstverlening tijdig en conform afspraak wordt verstrekt; de dienstverlening is afgestemd op de reële behoefte van de cliënt en op andere vormen van zorg of hulp die de cliënt ontvangt; de dienstverlening verstrekt wordt met respect voor en inachtneming van de rechten van de cliënt; de ondersteuner van zorg een actieve signaleringsplicht heeft ten aanzien van veranderingen in de gezondheid (fysiek en psychisch), de sociale situatie en de behoefte van de cliënt aan meer of andere zorg; de ondersteuner de Nederlandse taal spreekt en schrijft. 8.. Voor professionele aanbieders geldt daarbij ook dat de ondersteuning wordt geleverd door gekwalificeerd personeel, passend bij de behoeften en persoonskenmerken van de cliënt; de aanbieder zorgdraagt voor scholing zodanig dat de medewerkers over kwalitatief verantwoorde kennis en kunde kunnen (blijven) beschikken; medewerkers, indien van toepassing, geregistreerd zijn volgens de geldende beroepsregistratie; de aanbieder zorg draagt voor het naleven van beroeps- en meldcodes door de medewerkers. 9.. Als gebruiksduur voor een woonvoorziening, bruikleenauto, gesloten buitenwagen, trap- en plafondlift waarvoor een pgb wordt verstrekt geldt 10 jaar. Als de gebruiksduur nog niet is verstreken kan een – aanvullend – pgb worden verstrekt in de volgende situaties: Er is sprake van een gewijzigde omstandigheid die aanpassing dan wel vervanging van de voorziening noodzakelijk maakt; Er is sprake van een calamiteit die de cliënt niet is te verwijten. 10.. Als gebruiksduur van een hulpmiddel waarvoor een pgb wordt verstrekt geldt 7 jaar. Als de gebruiksduur nog niet is verstreken kan een – aanvullend – pgb worden verstrekt in de volgende situaties: Er is sprake van een gewijzigde omstandigheid die aanpassing dan wel vervanging van de voorziening noodzakelijk maakt; Er is sprake van een calamiteit die de cliënt niet is te verwijten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel