Naar hoofdinhoud
Deze beleidsregels wet aanpak woonoverlast gemeente Gorinchem treden in werking op de eerste dag na de datum van bekendmaking van deze beleidsregels. Bijlage 1: Afbakening en begrippenkader Woonoverlast Woonoverlast is ernstige en herhaaldelijke hinder die in, vanuit en rondom een woning kan worden veroorzaakt. Omwonenden Personen die in de onmiddellijke nabijheid van het adres waarop overlast wordt veroorzaakt woonachtig zijn. Andere geschikte wijze (artikel 151d, tweede lid, van de Gemeentewet) De burgemeester legt pas een specifieke gedragsaanwijzing op als de ernstige hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. Dit betekent dat de burgemeester pas overgaat tot het opleggen van een last met een gedragsaanwijzing als het niet mogelijk is om de overlast op een andere geschikte wijze tegen te gaan, waarmee wordt gedoeld op minder ingrijpende middelen (conform het subsidiariteitsbeginsel). De burgemeester komt beleidsvrijheid toe in de afweging of geen andere geschikte wijze beschikbaar is om de hinder tegen te gaan. Pas als de burgemeester meent dat er redelijkerwijs geen andere geschikte wijze is om de ernstige hinder tegen te gaan (blijkend uit de omstandigheid dat eerdere maatregelen of acties geen of onvoldoende uitkomst bieden), legt zij een last op. Hiermee wordt tot uitdrukking gebracht dat van onderhavig middel slechts gebruik kan worden gemaakt als 'ultimum remedium', als er geen andere passende en minder ingrijpende instrumenten ter beschikking staan of tevergeefs zijn toegepast. Dit sluit aan bij de vereisten van proportionaliteit en subsidiariteit. Woning of een bij die woning behorend erf Met woning of bij die woning behorend erf wordt bedoeld de woning, het overige van het betrokken perceel(zoals een tuin) en de gezamenlijke ruimte binnen een wooneenheid zoals het portiek, de parterretrap, de gezamenlijke buitenruimte, enzovoorts. Gelet op het bepaalde in artikel 151d, eerste lid, van de Gemeentewet vallen ook gedragingen in de onmiddellijke nabijheid van die woning of dat erf, zoals bijvoorbeeld gedragingen in de tuin van de buren, op het trottoir en of op straat ter hoogte van of vlakbij de woning onder de reikwijdte van dit begrip (Kamerstukken II 2014/15, 34 007, 7, p. 13 resp. Kamerstukken II 2014/15, 34 007, 10, p.2). Woningverhuurder De aanpak woonoverlast is toepasbaar op zowel koop- als huurwoningen. Bij huurwoningen is de woningverhuurder verantwoordelijk voor de nodige maatregelen te treffen om de ernstige en herhaaldelijke hinder te doen stoppen. Met de wetswijziging van 1 januari 2021 is het mogelijk gemaakt dat de burgemeester direct de verhuurder aan kan spreken bij zeer overlastgevend gedrag van huurders. De burgemeester is door deze wetswijziging bevoegd om een gedragsaanwijzing op te leggen aan de verhuurder wanneer deze zich niet of op een verkeerde manier inzet tegen ernstige en herhaaldelijke overlast. In deze beleidsregels wordt woningverhuurder als term aangehouden voor zowel woningcorporaties als andere (particuliere) woningverhuurders. Waar onderscheid van belang is wordt expliciet gesproken over woningcorporatie(s) respectievelijk (particuliere) woningverhuurder of diens vertegenwoordiger. Gebruiker van de woning Onder degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt wordt verstaan degene die de woning feitelijk bewoont. De gebruiker hoeft geen huurrechtelijke of eigendomsrechtelijke relatie tot de woning of het erf te hebben, hoeft niet in de basisregistratie personen (Brp) ingeschreven te staan en hoeft ook niet de rechtmatige gebruiker van de woning te zijn. Ook een illegale onderhuurder of een kraker van de woning valt onder dit bestanddeel. Gedragingen Met 'gedragingen in of vanuit die woning of dat erf' worden bedoeld gedragingen die in of rondom de woning of het erf worden gepleegd. De gedragingen kunnen worden gepleegd door de gebruiker van de woning zelf of door bezoekers, gasten of vrienden van de gebruiker, maar ook door (bijvoorbeeld) diens hond of andere (huis)dieren. Het gaat om de woning die, of het erf dat, de overlastgever gebruikt. De gedragingen die worden gepleegd in de nabije omgeving van de woning, bijvoorbeeld in de tuin van de buren, vallen in beginsel ook onder de bepaling. Zo kan een blaffende hond op de straat voor de woning of een intimiderende gedraging voor de deur van de woning van de buurman vallen onder het bestanddeel 'gedragingen in of vanuit die woning of dat erf', zolang er een duidelijke connectie is tussen de gedraging en de woning of het erf. Bij een blaffende hond of een intimiderende gedraging vijf straten verderop is geen sprake meer van gedragingen vanuit de woning of het erf. Zorgplicht De gemeenteraad heeft in artikel 2:79, eerste lid, van de APV bepaald dat degene die een woning of een bij die woning behorend erf gebruikt, er zorg voor dient te dragen dat door gedragingen in of rondom die woning of dat erf geen ernstige hinder voor omwonenden wordt veroorzaakt. Onmiddellijke nabijheid Het gaat om bewoners die woonachtig zijn in de directe nabijheid van de woning c.a. ('omwonenden') van waaruit de overlast plaatsvindt. Ernstige en herhaaldelijke hinder Met ernstige hinder wordt gedoeld op ernstige hinder voor de omwonenden. Een vergelijking kan worden gemaakt met artikel 37 van het Burgerlijk Wetboek, waar onder 'hinder' gedragingen worden verstaan zoals het verspreiden van rumoer, trillingen, stank, rook of gassen of het onthouden van licht of lucht. Ernstige hinder als bedoeld in artikel 151d van de Gemeentewet kan tevens onrechtmatig zijn in de zin van artikel 5:37 van het Burgerlijk Wetboek, maar dat is geen vereiste. En andersom zal niet elke onrechtmatige burenhinder ook automatisch kunnen worden aangemerkt als ernstige hinder als bedoeld in artikel 151d van de Gemeentewet. Met de term ’herhaaldelijk' wordt gedoeld op het vereiste dat de ernstige hinder een terugkerend karakter heeft (hetgeen niet noodzakelijkerwijze hetzelfde is als "ernstige hinder zonder onderbreking"). De burgemeester geeft derhalve geen toepassing aan de bestuursdwangbevoegdheid op basis van één incident. Last onder dwangsom of onder bestuursdwang De burgemeester is alleen dan bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom, indien de ernstige hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. De burgemeester heeft naast de bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang, ook de bevoegdheid om, in plaats van een last onder bestuursdwang, een last onder dwangsom op te leggen. Dit volgt uit artikel 5:32 van de Awb. De last kan daarbij de vorm aannemen van een "aanwijzing" (gedragsaanwijzing). De burgemeester kan een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom vanwege een overtreding van artikel 2:79, eerste lid, van de APV in ieder geval opleggen bij ernstige en herhaaldelijke: geluid- of geurhinder; hinder van dieren; hinder van bezoekers of personen die tijdelijk in een woning of op een erf aanwezig zijn; overlast door vervuiling of verwaarlozing van een woning of een erf; intimidatie van derden vanuit een woning of een erf. Aanwijzingen Ter bestrijding van ernstige woonoverlast is de burgemeester bevoegd tot het geven van een specifieke (gedrags-) aanwijzing. De gedragsaanwijzing neemt in juridische zin de vorm aan van een last onder bestuursdwang of een last onder dwangsom. In deze last staat dat de overlastgever bepaalde handelingen moet doen of juist moet nalaten zodat de overlast ophoudt. Er kan bijvoorbeeld bepaald worden dat de overlastgever slechts een beperkt aantal bezoekers per dag mag ontvangen, na een bepaalde tijd helemaal geen bezoekers meer mag ontvangen, zijn hond moet muilkorven of anderszins moet voorkomen dat de hond overlast veroorzaakt, het portiek leefbaar moet houden, geen luide muziek mag draaien, enzovoorts. De gedragsaanwijzing kan ook een verplichting (gebod) inhouden om psychische of sociale hulp te zoeken of een agressiereductietraining te volgen (Kamerstukken II, 34 007, 9, p.3). Bijlage 2: stappenplan naleving opgelegde last Het toezicht op de naleving van de opgelegde last is belegd bij de toezichthouders van de gemeente Gorinchem en de politie. Volgorde van de te nemen stappen Uitvoering Gevolg Stap 1 Melding overlast bij de politie, gemeente of een andere partner zoals de woningbouwcorporatie - Stap 2 Toezicht objectiveert het probleem Is er sprake van overlast? Zo ja, ga verder met stap 3. Stap 3 Mogelijke oplossingen in het voortraject (informeel) Kan het informeel niet opgelost worden? Ga verder met stap 4. Stap 4 Probleem toetsen aan de beleidsregels Kan opgetreden worden door de gemeente/ burgemeester? Zo ja, ga verder met stap 5. Stap 5 Waarschuwing aan de overlastgever Houdt de overlastgever zich niet aan de waarschuwing? Ga verder met stap 6. Stap 6 Voornemen (keuze maken uit op te leggen last) last onder dwangsom. Er kan een zienswijze worden ingediend. - Wordt er geen zienswijze ingediend? Ga dan verder met stap 7. - Wordt er wel een zienswijze ingediend? Dan moet deze van een reactie voorzien worden voordat de volgende stap kan worden uitgevoerd. Stap 7 Gedragsaanwijzing (opleggen van de last) Termijn verstreken? Ga dan verder naar stap 8. Stap 8 Controle toezichthouder(s) (na begunstigingstermijn) Heeft de overlastgever zich niet aan de gedragsaanwijzing gehouden? Ga dan verder naar stap 9. Stap 9 Handhaven en de last uitvoeren Is de last niet effectief genoeg? Ga dan verder naar stap 10. Stap 10 Opleggen nieuwe last. Deze stap kan herhaald worden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel