Belanghebbende heeft een inkomen exclusief vakantietoeslag van maximaal 110% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm exclusief vakantietoeslag.
Het college houdt bij de bepaling van de in het eerste lid bedoelde inkomensgrens geen rekening met de kostendelersnorm.
Belanghebbende heeft een vermogen dat niet hoger is dan de in artikel 34 van de wet genoemde grens.
In afwijking van het derde lid laat het college voor de bepaling van het inkomen en vermogen buiten beschouwing:
a. het inkomen in de vorm van een particuliere oudedagsvoorziening, zoals bedoeld in artikel 33, vijfde lid van de wet;
b. het vermogen tot voor de op belanghebbende van toepassing zijnde grens als bedoeld in artikel 34 van de wet.
c. het vermogen als spaargeld opgebouwd tijdens de periode waarin bijstand wordt ontvangen;
d. het vermogen in de vorm van een eigen huis, indien de belanghebbende in dat eigen huis woonachtig is en recht heeft op een AOW-uitkering of een ouderdomspensioen ontvangt.
Het inkomen en vermogen, zoals bedoeld in het eerste en derde lid, worden vastgesteld op de eerste dag van de maand waarin de aanvraag wordt gedaan.
Artikel 5
Inkomens- en vermogenscriteria
Onderdeel van Beleidsregels sociale participatie Gemeente De Wolden 2022