**1..** De belasting, bedoeld in artikel 2, tweede en zevende lid, is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, zo dit later is, bij de aanvang van de belastingplicht.
**2..** Indien de belastingplicht ter zake van de belasting als bedoeld in artikel 2, tweede en zevende lid, in de loop van het belastingjaar aanvangt is de belasting verschuldigd voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na aanvang van het gebruik, nog volle kalendermaanden overblijven.
**3..** Indien de belastingplicht ter zake van de belasting als bedoeld in artikel 2, tweede en zevende lid, in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel twaalfde gedeelten van de voor dat jaar verschuldigde belasting als er in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, nog volle kalendermaanden overblijven, tenzij het bedrag van de ontheffing minder bedraagt dan € 9.
**4..** Het tweede en zevende lid zijn niet van toepassing indien de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en aldaar van een ander perceel gebruik maakt.
**5..** De belasting, als bedoeld in artikel 2, derde en vierde lid is verschuldigd bij aanvang van het ter lediging aanbieden van een 140-liter of een 240-liter minicontainer voor restafval en het ontgrendelen van een verzamelcontainer ten behoeve van het aanbieden van een afvalzak voor restafval.
**6..** Belastingbedragen van minder dan € 9 worden niet geheven.
**7..** Voor de toepassing van het bepaalde in het derde en zesde lid wordt het totaal van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen belastingen of andere heffingen aangemerkt als één belastingaanslag.
**8..** De belasting bedoeld in artikel 2, derde, vierde, vijfde, zesde en achtste lid is verschuldigd na afloop van de dienstverlening.
**9..** De belasting bedoeld in artikel 2, achtste lid is verschuldigd bij aanvang van de dienstverlening.