**1..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, moet overeenkomstig de aangifte betaald worden bij de aanvang van het parkeren.
**2..** In afwijking van het bepaalde in het eerste lid moet de belasting overeenkomstig de aangif-te worden betaald binnen een maand na het einde van het parkeren, indien het bij de aan-vang van het parkeren in werking stellen van de parkeerapparatuur geschiedt door het via een mobiele telefoon of ander communicatiemiddel inloggen op de centrale computer.
**3..** De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel b, moet worden betaald binnen twee maan-den na dagtekening van het aanslagbiljet.
**4..** In afwijking van het derde lid geldt, ingeval het totaalbedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen, of als het aanslagbiljet één aanslag bevat, het bedrag daarvan meer is dan € 100,00 en minder is dan € 5.000,00 en zolang de verschuldigde bedragen door mid-del van automatische incasso kunnen worden afgeschreven, moeten de aanslagen worden betaald in negen gelijke termijnen. De eerste termijn vervalt op de laatste dag van de twee-de maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld en elk van de volgende termijnen steeds één maand later.
**5..** In afwijking van het vierde lid, moet de belasting bedoeld in onderdeel 4 van de Tarieven-tabel, zolang het verschuldigde bedrag door middel van automatische incasso kan worden afgeschreven, worden betaald in één termijn. De termijn vervalt op de laatste dag van de tweede maand volgend op die welke in de dagtekening van het aanslagbiljet is vermeld.
**6..** De Algemene Termijnenwet is niet van toepassing op de voorgaande leden gestelde termij-nen.
**7..** Een naheffingsaanslag moet terstond worden betaal
Artikel 7
Termijnen van betaling
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van parkeerbelastingen 2022