De belasting bedoeld in artikel 2, onderdeel a, is verschuldigd bij de aanvang van het parkeren.
In afwijking van het eerste lid is de belasting terstond verschuldigd na afloop van het parkeren, indien bij de aanvang van het parkeren de parkeerapparatuur in werking is gesteld door het inloggen op het centrale register.
De belasting, als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, is verschuldigd bij de aanvang van het heffingstijdvak waarover de belasting wordt geheven.
Artikel 5