Een cliënt is een bijdrage in de kosten verschuldigd voor een maatwerkvoorziening dan wel pgb, zolang een cliënt van de maatwerkvoorziening gebruik maakt of gedurende de periode waarvoor het pgb wordt verstrekt.
Ter uitwerking van het bepaalde in artikel 3.8 lid 1 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is de hoogte van de bijdrage voor de maatwerkvoorziening voor vervoer € 0,24 per kilometer.
De bedragen en percentages die gelden voor een bijdrage in de kosten zijn gelijk aan de bedragen en percentages opgenomen in het Besluit. De bijdragen voor maatwerkvoorzieningen of pgb zijn gelijk aan het bedrag genoemd in de artikel 2.1.4, vierde lid, van de wet en voor wat betreft hulpmiddelen en woningaanpassingen niet hoger dan de kostprijs.
In afwijking van het eerste en het derde lid is overeenkomstig artikel 2.1.4a, vijfde lid, van de wet of hoofdstuk 3 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 geen of een lagere bijdrage verschuldigd in de volgende situaties:
indien het college van oordeel is dat er voor de vast te stellen bijdragen (tijdelijk) onvoldoende betalingscapaciteit aanwezig is bij de cliënt;
indien het college van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage nadelige gevolgen heeft voor de doelstelling van een integrale dienstverlening of persoonsgerichte aanpak van een cliënt die gericht is op het zich kunnen handhaven in de samenleving, het zo lang mogelijk in de eigen leefomgeving blijven of de veiligheid en leefbaarheid in de gemeente;
indien de cliënt of de echtgenoot van de cliënt een bijdrage als bedoeld in artikel 3.11 of 3.12 dan wel een bijdrage ingevolge de artikelen 3.3.2.1 of 3.3.2.2 van het Besluit langdurige zorg verschuldigd is;
indien de cliënt of zijn echtgenoot gedurende twee of meer nachten aaneengesloten in de maand in een instelling voor opvang verblijft;
indien het college, na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of Veilig Thuis, van oordeel is dat de verschuldigdheid van de bijdrage kan leiden tot mishandeling, verwaarlozing of ernstige schade voor de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige door de ouder, bedoeld in artikel 1.1 van de Jeugdwet;
voor een rolstoel;
voor een cliënt die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, met uitzondering van een woningaanpassing voor zover bij verordening op grond van artikel 2.1.5 van de wet een ander de bijdrage verschuldigd is;
door de gehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen, waarvan ten minste een van beiden de pensioengerechtigde leeftijd nog niet heeft bereikt;
voor de maanden april en mei van het kalenderjaar 2020, tenzij het betreft de bijdrage voor een maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget voor beschermd wonen of opvang.
De kostprijs van een:
maatwerkvoorziening in natura wordt bepaald door een aanbesteding, na consultatie in de markt of na overleg met de aanbieder;
pgb is gelijk aan het verstrekte bedrag.
Op grond van artikel 2.1.4b, eerste lid, van de wet worden de bijdragen als bedoeld in artikel 2.1.4a van de wet, voor een maatwerkvoorziening of pgb door het CAK vastgesteld en geïnd.
De bijdrage voor een maatwerkvoorziening of pgb ten behoeve van een woningaanpassing voor een minderjarige cliënt is verschuldigd door de onderhoudsplichtige ouders, daaronder begrepen degene tegen wie een op artikel 394 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek is toegewezen, en degene die anders dan als ouder samen met de ouder het gezag uitoefent over een cliënt.
Artikel 8
Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorzieningen en pgb’s
Onderdeel van Verordening maatschappelijke ondersteuning gemeente Súdwest-Fryslân 2022