De uitgangspunten bij uitgifte van restgroen zijn;
Het restgroen wordt in beginsel verkocht.
Het restgroen kan alleen worden verkocht aan de eigenaar van een aangrenzend perceel.
Restgroen wordt niet verkocht aan de huurder van het aangrenzende perceel. Huurders kunnen geen restgroen aankopen, alleen eigenaren.
Verkoop van restgroen mag geen versnippering van de aangrenzende openbare ruimte veroorzaken.
Een perceel wordt in beginsel zonder verspringing verkocht om rafelranden te voorkomen. Hier kan slechts van worden afgeweken indien dat in het belang van de gemeente is.
Er mogen door restgroenuitgifte geen voor de gemeente onbeheersbare situaties ontstaan.
Er mogen geen rafelranden ontstaan. Uitgangspunt is het streven naar een rechte, logische kadastrale grens achter een blok woningen tenzij de bestaande situatie dat niet toelaat.
Verkoop van restgroen mag toekomstige ontwikkelingen niet belemmeren of bemoeilijken.
Verkoop vindt marktconform plaats.
Verkoop van restgroen heeft de voorkeur. Er kunnen zich echter situaties voordoen waarbij verkoop van restgroen niet mogelijk is, terwijl het wel wenselijk is dat de gemeente de grond niet langer in beheer heeft. In specifieke gevallen kan het opstellen van een huur- of een gebruiksovereenkomst dan een uitkomst bieden.