Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsduur

Onderdeel van Verordening op de heffing en de invordering van afvalstoffenheffing 2022

1. . De belasting bedoeld in hoofdstuk I onder 1.1 en 1.2 van de tarieventabel is verschuldigd bij het begin van het belastingjaar of, als dit later is, bij het begin van de belastingplicht. 2. . De belasting bedoeld in hoofdstuk I onder 1.3 van de tarieventabel is verschuldigd na afloop van het belastingjaar of, als dit eerder is, na beëindiging van de belastingplicht. 3. . Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar begint, is de belasting bedoeld in hoofdstuk I onder 1.1 en 1.2 van de tarieventabel verschuldigd over de in dat jaar, na de aanvang van de belastingplicht, resterende volledige kalendermaanden. De hoogte van de belasting wordt berekend door het tarief per belastingjaar te delen door twaalf en de uitkomst te vermenigvuldigen met het resterende aantal volledige kalendermaanden. 4. . Als de belastingplicht in de loop van het belastingjaar eindigt, bestaat recht op ontheffing van de verschuldigde belasting bedoeld in hoofdstuk I onder 1.1 en 1.2 van de tarieventabel voor de in dat jaar, na het einde van de belastingplicht, resterende volledige kalendermaanden. De hoogte van de ontheffing wordt berekend door het tarief per belastingjaar te delen door twaalf en de uitkomst te vermenigvuldigen met het resterende aantal volledige kalendermaanden. 5. . Het derde en vierde lid zijn niet van toepassing als de belastingplichtige binnen de gemeente verhuist en daar van een ander perceel gebruik maakt en van hetzelfde inzamelmiddel gebruik blijft maken. 6. . In afwijking van het bepaald in voorgaande leden is de belasting, bedoeld in hoofdstuk II van de tarieventabel, verschuldigd bij de aanvang van de dienstverlening.

Rechtspraak bij dit artikel