Voor de toepassing van deze verordening wordt verstaan onder:
vakantie-onderkomens: woningen en andere verblijven, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, in hoofdzaak bestemd voor en gebezigd als verblijf voor recreatieve doeleinden;
mobiele kampeeronderkomens: tenten, vouwwagens, kampeerauto's, toercaravans en soortgelijke onderkomens dan wel soortgelijke voertuigen welke bestemd zijn dan wel gebezigd worden als verblijf voor recreatieve doeleinden;
niet-beroepsmatig verhuurde ruimten: woningen en andere verblijven, of gedeelten daarvan, niet-zijnde mobiele kampeeronderkomens of stacaravans, welke niet in hoofdzaak bestemd zijn als verblijf voor recreatieve doeleinden, doch wel in bepaalde perioden van het jaar voor die doeleinden worden verhuurd dan wel te huur aangeboden;
vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het gedurende een seizoen of een jaar plaatsen van een zelfde mobiel kampeeronderkomen of stacaravan;
niet-vaste standplaats: een terrein of terreingedeelte dat deel uitmaakt van een kampeerterrein en dat ter beschikking wordt gesteld voor de volgtijdige plaatsing van verschillende kampeermiddelen;
voorseizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een zelfde kampeeronderkomen of stacaravan gedurende de weken 13 tot en met 27 van het belastingjaar;
seizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een zelfde kampeeronderkomen of stacaravan gedurende de weken 12 tot en met 38 van het belastingjaar;
naseizoenplaats: een terrein of terreingedeelte dat bestemd is voor het plaatsen van een zelfde kampeeronderkomen of stacaravan gedurende de weken 33 tot en met 44 van het belastingjaar.
Artikel 1
Begripsomschrijvingen
Onderdeel van Verordening op de heffing en invordering van toeristenbelasting 2022