Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 9.

Voorwaarden voor een individuele voorziening

Onderdeel van Verordening Jeugdhulp gemeente Midden-Groningen 2022

Onverminderd dat jeugdhulp ook toegankelijk is na verwijzing door de huisarts, de medisch specialist en de jeugdarts komt een jeugdige of ouder in aanmerking voor een door het college verleende individuele voorziening als het college van oordeel is dat de jeugdige of ouder jeugdhulp nodig heeft in verband met opgroei- en opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen en voor zover de eigen mogelijkheden en het probleemoplossend vermogen ontoereikend zijn en gebruikmaking van een algemene voorziening deze noodzaak niet kan verminderen of wegnemen. Onder eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen wordt in ieder geval verstaan: noodzakelijke ondersteuning van ouders ook al is die meer dan bij een ander kind van dezelfde leeftijd en hulp van andere personen uit het sociale netwerk; aanspreken van een aanvullende verzekering die is afgesloten; gebruik maken van een algemene voorziening, of; gebruik maken van een voorziening vanuit een ander wettelijk kader. Indien jeugdige en/of ouder(s) de hulpvraag zelf kunnen oplossen door middel van eigen mogelijkheden en/of het probleemoplossend vermogen verstrekt het college geen individuele voorziening. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. Het college verleent geen individuele voorziening als het hulpverleningstraject waarvoor de jeugdige en/of ouders de voorzieningen aanvragen op het moment van aanvraag al is afgerond. Indien de aanvraag betrekking heeft op kosten voor jeugdhulp die de jeugdige of ouder voorafgaand aan de aanvraag heeft gemaakt, kan het college hier slechts een voorziening voor verstrekken: als op het moment van de aanvraag nog steeds sprake is van opgroei- of opvoedingsproblemen, psychische problemen of stoornissen waarvoor de hulp is ingezet, en; voor zover het college de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen. De voorziening als bedoeld in het zesde lid kan slechts betrekking hebben op gemaakte kosten over een periode van maximaal 3 maanden vóór de aanvraag. Het vierde en vijfde lid zijn niet van toepassing als de ingezette voorziening tot stand is gekomen door een eerste verwijzing van de huisarts, medisch specialist en/of jeugdarts. Het college kan nadere regels vaststellen over de voorwaarden voor een individuele voorziening.

Rechtspraak bij dit artikel