Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 27.

Bijdrage in de kosten van maatwerkvoorziening, pgb en tegemoetkoming aannemelijke meerkosten

Onderdeel van Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Groningen 2022

De bijdrage in de kosten is verschuldigd over het resultaat dat staat beschreven in het ter zake door het college genomen besluit tot het verstrekken van de maatwerkvoorziening of pgb. De bijdrage in de kosten moet ook voldaan worden als de inwoner meent dat het afgesproken resultaat met de maatwerkvoorziening in de praktijk niet wordt gerealiseerd. Het college kan een bijdrage in de kosten van een tegemoetkoming aanmerkelijke meerkosten vragen overeenkomstig het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 en deze Nadere regels. Voor maatwerkvoorzieningen en pgb’s, met uitzondering van opvang en beschermd wonen, wordt met inachtneming van het vierde lid een bijdrage opgelegd tot maximaal de kosten van de voorziening en zolang van de voorziening gebruik wordt gemaakt. Maatwerkvoorzieningen en pgb’s als bedoeld in artikel 3.1, tweede lid, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 worden met toepassing van artikel 3.8 van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 gemaximeerd. De kosten van de voorziening per maand worden als volgt vastgesteld: voor diensten in natura: het aantal per maand geleverde uren, dagdelen of etmalen tegen door het college vastgestelde tarieven. Het college bepaalt deze tarieven door een aanbesteding of na een consultatie in de markt of in overleg met de aanbieder; voor diensten in de vorm van een pgb: de hoogte van het budget omgerekend naar een bedrag per maand; voor voorzieningen in natura: de werkelijke of gemiddelde nieuwprijs (inclusief afkoop accessoires, onderhoud, verzekering, en dergelijke) gedeeld door de gemiddelde levensduur van de voorziening omgerekend naar een bedrag per maand. Het college kan voor deze berekening de noemer hoger maken dan de feitelijke gemiddelde levensduur; voor voorzieningen in de vorm van een pgb: de hoogte van het budget omgerekend naar een bedrag per maand; voor tegemoetkoming aannemelijke meerkosten indien de bijdrageregeling van toepassing is: de tegemoetkoming omgerekend naar een bedrag per maand; voor bouwkundige of woontechnische woningaanpassingen, voor een woonunit, woningsanering en verhuizen in natura: de werkelijke of gemiddelde kosten, omgerekend naar een bedrag per maand. De kostprijs wordt vastgesteld op basis van de door het college geaccepteerde offerte of op basis van vaste prijsafspraken, dan wel de werkelijke kosten indien deze lager zijn; voor een pgb voor een bouwkundige of woontechnische woningaanpassing voor een woonunit, woningsanering en verhuizen in natura: de hoogte van het budget, omgerekend naar een bedrag per maand. De kostprijs wordt vastgesteld op basis van de door het college geaccepteerde offerte of op basis van vaste prijsafspraken, dan wel de werkelijke kosten indien deze lager zijn. In afwijking van het eerste lid en behoudens de gevallen als bedoeld in artikel 3.8, vierde lid, onderdelen a, b. c, d en e, van het Uitvoeringsbesluit Wmo 2015 is eveneens geen bijdrage verschuldigd voor de volgende voorzieningen: tijdelijke huisvesting, waaronder niet is begrepen het bijplaatsen van een woonunit; huurderving. De bedragen per maand, de inkomensbedragen en de percentages die gelden voor de berekening van de bijdrage voor een maatwerkvoorziening, pgb of, indien het college dat heeft bepaald, tegemoetkoming aannemelijke meerkosten zijn gelijk aan de maxima die zijn genoemd in paragraaf een en twee van hoofdstuk drie van het Uitvoeringsbesluit maatschappelijke ondersteuning 2015. Voor een inwoner die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, wordt voor woningaanpassingen een bijdrage overeenkomstig deze Nadere regels geheven van de onderhoudsplichtige ouders of anderen die het ouderlijk gezag uitoefenen. Het college kan op grond van artikel 3.1, vierde lid, onderdeel b, van het Besluit maatschappelijke ondersteuning na advies van een instelling voor algemeen maatschappelijk werk, de Raad voor de Kinderbescherming of het AMHK, een vrijstelling van de bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening geven wanneer die bijdrage in de kosten tot mishandeling, verwaarlozing, of ernstige schade voor de opvoeding en ontwikkeling van een minderjarige kunnen leiden. Indien de inwoner een duurdere maatwerkvoorziening wil dan de goedkoopst compenserende komt het meerdere voor rekening van de aanvrager. De bijdrage in de kosten voor een maatwerkvoorziening wordt eveneens in rekening gebracht als de inwoner aan wie deze maatwerkvoorziening is toegekend, hier tijdelijk geen gebruik van maakt. Als de periode waarin tijdelijk geen gebruik wordt gemaakt van de maatwerkvoorziening langer is dan zes weken, wordt de maatwerkvoorziening beëindigd. De bijdragen in de kosten als bedoeld in dit artikel zijn uitgewerkt in bijlage 1 bij deze Nadere regels.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel