Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 4.

Vooronderzoek, indienen persoonlijk plan

Onderdeel van Nadere regels Wet maatschappelijke ondersteuning gemeente Midden-Groningen 2022

Het college verzamelt alle voor het onderzoek, bedoeld in artikel 2.3.2, eerste lid, van de wet, van belang zijnde en toegankelijke gegevens over de inwoner en zijn situatie en maakt zo spoedig mogelijk met hem een afspraak voor een gesprek. Voor het gesprek verschaft de inwoner het college alle overige gegevens en bescheiden die naar het oordeel van het college voor het onderzoek nodig zijn en waarover hij de beschikking heeft of kan krijgen. De inwoner verstrekt in ieder geval een identificatiedocument als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage. Voor het beoordelen van het recht op de maatwerkvoorziening hulp bij het huishouden 1, verschaft de inwoner naast de in het tweede lid genoemde gegevens en bescheiden eveneens inzicht in zijn inkomen op de volgende wijze: de inwoner overlegt aan het college een inkomensverklaring (IB60) van de Belastingdienst van het tweede kalenderjaar voorafgaande aan het kalenderjaar waar de aanvraag betrekking op heeft. Dit wordt het peiljaar genoemd; als het inkomen van de inwoner tussentijds structureel minimaal 15% is gedaald ten opzichte van de inkomensverklaring, kan het college het peiljaar verleggen; als de inwoner niet kan beschikken over een inkomensverklaring (IB60) van de Belastingdienst, kan het college een ander bewijs accepteren waaruit het inkomen van de inwoner blijkt. Als de inwoner genoegzaam bekend is bij de gemeente, kan het college in overeenstemming met de inwoner afzien van een vooronderzoek als bedoeld in het eerste lid. Het college brengt de inwoner op de hoogte van de mogelijkheid om een persoonlijk plan als bedoeld in artikel 2.3.2, tweede lid, van de wet op te stellen en stelt hem gedurende zeven dagen na de melding in de gelegenheid het plan te overhandigen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel