De marktgelden als bedoeld in artikel 5 lid 1 en 2 zijn verschuldigd bij het begin van het belastingtijdvak of, zo dit later is, bij aanvang van de belastingplicht.
Indien in de loop van het belastingtijdvak de belastingplicht voor een vaste plaats aanvangt, wordt het marktgeld berekend over de resterende volle kalendermaanden van dat belastingtijdvak.
Indien over een periode van een vaste standplaats geen gebruik is gemaakt, bestaat aanspraak op ontheffing voor zoveel derde gedeelte als er na het einde van de belastingplicht nog volle kalendermaanden overblijven, indien:
de vergunning van de belastingplichtige voor een vaste plaats is ingetrokken:
de belastingplichtige aantoont dat deze ten gevolge van ziekte gedurende een aaneengesloten periode van tenminste een kalendermaand de ter beschikking gestelde plaats niet heeft kunnen innemen en de belastingplichtige gedurende die periode de standplaats niet door een ander heeft laten innemen.
Artikel 8
Ontstaan van de belastingschuld en heffing naar tijdsgelang
Onderdeel van Verordening marktgelden Heumen 2022