De raad benoemt de leden van de rekenkamer op aanbeveling van de contactcommissie voor een periode van zes jaar.
Herbenoeming is niet mogelijk.
Voorafgaand aan de benoeming van de voorzitter en de overige leden pleegt de contactcommissie overleg met de rekenkamer.
De contactcommissie doet de aanbeveling vergezeld gaan van een verklaring van elke kandidaat bevattende:
de mededeling dat hij/zij de benoeming aanvaardt, en
een overzicht van de openbare betrekkingen die hij/zij bekleedt.
Door de te benoemen persoon wordt een verklaring omtrent gedrag (VOG) overlegd.
Indien de voorzitter of een lid tussentijds diens functie neerlegt, neemt de contactcommissie binnen een redelijke termijn het initiatief om in goed overleg met de rekenkamer te komen tot een aanbeveling conform het eerste lid van dit artikel.
Indien een zittend lid van de rekenkamer gedurende diens termijn benoemd wordt tot voorzitter, maakt de betreffende persoon diens lopende termijn van zes jaar af als voorzitter.
Indien een nieuw persoon benoemd wordt in de ontstane vacature na terugtreden, wordt deze persoon conform artikel 4 lid 1 benoemd voor een nieuwe periode van zes jaar.
Indien de benoemingstermijn van meerdere leden tegelijkertijd afloopt, kan de raad besluiten de benoemingstermijn van één van de leden met maximaal een jaar te verlengen. Dit gebeurt op aanbeveling van de contactcommissie. De benoemingstermijn van één persoon kan maximaal eenmaal verlengd worden.
Artikel 5.Ontslag en non-activiteit
De contactcommissie bericht de raad als een van de ontslaggronden zich voordoet, bedoeld in artikel 81c, zesde of zevende lid, of van artikel 81d, eerste of tweede lid, van de wet.
In de gevallen, bedoeld in artikel 81c, zevende lid, en in artikel 81d, tweede lid van de wet, adviseert de contactcommissie de raad over de vraag of al dan niet moet worden overgegaan tot ontslag, respectievelijk het op non-activiteit stellen van het desbetreffende lid.
De contactcommissie adviseert de raad tevens met betrekking tot een beslissing tot verlenging of beëindiging van een maatregelen als bedoeld in artikel 81d, eerste of tweede lid van de wet.
Artikel 6. Taak
De rekenkamer onderzoekt de doelmatigheid, doeltreffendheid en rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur. Een door de rekenkamer ingesteld onderzoek naar de rechtmatigheid van het door het gemeentebestuur gevoerde bestuur bevat geen controle van de jaarrekening als bedoeld in artikel 213, tweede lid van de wet.
De rekenkamer kan onderzoeken instellen naar alle instellingen die genoemd worden in artikel 184, eerste lid van de wet.
De rekenkamer is belast met het toezicht op de naleving van artikel 213, achtste lid van de wet.
Artikel 7.Budget
De rekenkamer is bevoegd binnen een aan haar bij de begroting beschikbaar gesteld budget uitgaven te doen ten behoeve van de uitvoering van haar taken.
De rekenkamer verantwoordt de baten en lasten van het vorig begrotingsjaar in het jaarverslag aan de raad, als bedoelde in artikel 185, derde lid van de wet.
De rekenkamer kan tot maximaal 20% van haar budget meenemen naar het volgende jaar, indien aangetoond kan worden dat dit budget nodig is voor een onderzoek.
Artikel 8. Vergoeding voor de werkzaamheden van de leden van de rekenkamer
De voorzitter ontvangt een vergoeding van €215,- voor het bijwonen van een vergadering van de rekenkamer. De andere leden ontvangen een vergoeding van €180,- per vergadering.
De in lid 1 genoemde bedragen worden verhoogd conform de in de CAO voor gemeenteambtenaren overeengekomen generieke salarisverhogingen.
Voor de berekening van de indexatie gelden de bedragen uit artikel 8 lid 1 als startbedragen per 01-07-2019.
Wanneer de rekenkamer zelfstandig onderzoek verricht worden deze werkzaamheden vergoed tegen een uurtarief van €40,-.
Een dergelijke onkostenvergoeding kan niet uitbetaald worden voor de reguliere werkzaamheden van de rekenkamer zoals de onderwerpselectie, het opstellen van de conclusies en aanbevelingen en de raadsbehandeling. De reguliere werkzaamheden worden beschreven in artikelen 8, 10, 12, 14 en 15 van deze verordening.
De in lid 2 genoemde bedragen worden verhoogd conform de in de CAO voor gemeenteambtenaren overeengekomen generieke salarisverhogingen.
Voor de berekening van de indexatie gelden de bedragen uit artikel 8 lid 1 als startbedragen per 01-01-2022.
Aan de leden van de rekenkamer worden de in verband met de werkzaamheden voor de rekenkamer gemaakte reiskosten vergoed. De vergoeding voor eigen vervoer bedraagt €0,19 per kilometer. De kosten van openbaar vervoer worden vergoed op basis van reizen per trein in de 2e klasse.
De vergoedingen genoemd in artikel 8 komen ten laste van het budget van de rekenkamer als beschreven in artikel 7, eerste lid.
Artikel 9. Ambtelijk secretaris
De griffier stelt een ambtelijk secretaris ter beschikking aan de rekenkamer.
De secretaris staat de rekenkamer bij de uitvoering van haar taken terzijde.
De secretaris legt rechtstreeks verantwoording af aan de rekenkamer over de wijze waarop de ondersteunende taken worden verricht.
De secretaris draagt zorg voor de agendaplanning, de verslaglegging en de vorming van dossiers.
Artikel 10. Voorzitter
De voorzitter draagt zorg voor:
het tijdig en periodiek bijeenroepen van de rekenkamer;
het leiden van de vergaderingen;
het bewaken van de uitgangspunten en de werkwijze;
het efficiënt en resultaatgericht uitvoeren van de taak van de rekenkamer;
het bevorderen van zorgvuldige besluitvorming;
de bewaking van budget, en
het contact met de contactcommissie en de raad.
De voorzitter voert hiertoe regelmatig overleg met de onderzoekers en met het secretariaat.
De rekenkamer kiest uit haar midden een plaatsvervangend voorzitter. Hij/zij treedt bij ontstentenis van de voorzitter op als voorzitter.
Artikel 11. Reglement van orde
De rekenkamer stelt een reglement van orde voor haar vergaderingen en andere werkzaamheden vast. Zij zendt het reglement na vaststelling onverwijld ter kennisneming naar de raad.
Artikel 12. Onderwerpselectie
De rekenkamer inventariseert jaarlijks aan wat voor onderzoek de raad behoefte heeft. De wijze waarop dit gebeurt wordt in overleg met de contactcommissie bepaald.
De rekenkamer bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast.
De in het vorige lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de rekenkamer ter kennisneming aan de raad en het college verstuurd.
Artikel 13. Werkwijze
De rekenkamer is verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet.
De uitvoering van het onderzoek onderneemt de rekenkamer zelfstandig of door externe personen of bureaus in te schakelen. Dit gebeurt in inachtneming van het beschikbare budget.
De rekenkamer beoordeelt in overleg met de contactcommissie of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren.
De rekenkamer is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle ambtenaren de mondelingen en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de ambtenaren van de gemeente zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen twee weken te verstrekken. In bijzonder gevallen kan van deze termijn afgeweken worden, mits dit gemotiveerd aan de rekenkamer voorgelegd wordt.
Op grond van de belangen genoemd in artikel 10 van de Wet Openbaarheid van Bestuur kan de rekenkamer rapporten die aan de raad worden voorgelegd of gedeelten daarvan als geheim aanmerken.
De rekenkamer kan openbare informatieve bijeenkomsten beleggen.
Artikel 14. Rapportage en terugkoppeling
De rekenkamer stelt betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste twee weken bedraagt, hun reactie aan de rekenkamer te geven op de juistheid en volledigheid van het conceptonderzoeksrapport. Hieronder worden in elk geval diegenen beschouwd wiens taakuitvoering (mede) voorwerp van onderzoek is of is geweest. De rekenkamer bepaalt wie als betrokkenen worden aangemerkt.
De rekenkamer stelt vervolgens het college in de gelegenheid binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste vier weken bedraagt, zijn reactie aan de rekenkamer te geven op de conclusies en aanbevelingen van het conceptonderzoeksrapport. Na ontvangst van de reactie(s) sluit de rekenkamer haar onderzoek af en stelt een definitief rapport op waarin de bevindingen, conclusie en, indien van toepassing, aanbevelingen, alsmede (een samenvatting van) de reacties hierop zijn opgenomen.
Na vaststelling door de rekenkamer wordt het in het lid hierboven genoemde rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden.