Giften met een eenmalig karakter worden niet tot middelen gerekend, voor zover de giften in een periode van twaalf aaneengesloten maanden niet meer bedragen dan 5% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm (inclusief vakantietoeslag) op jaarbasis.
Voor zover de gift hoger is dan het in het eerste lid bedoelde bedrag, wordt het meerdere als vermogen aangemerkt.
Onder “eenmalig” zoals bedoeld in het eerste lid, wordt verstaan: één gift in een aangesloten periode van 12 maanden.
Giften met een eenmalig karakter dienen altijd te worden gemeld.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.2:
Artikel 29:
Giften met een eenmalig karakter
Onderdeel van Beleidsregel Participatiewet/IOAW/IOAZ Midden-Groningen 2022