De inkomsten uit commerciële verhuur, zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 van de wet, worden op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van € 64 (norm 2021)per maand.
De inkomsten van een of meerdere kostganger(s), zoals bedoeld in artikel 33 lid 4 van de wet, worden op de uitkering in mindering gebracht onder aftrek van € 368 (norm 2021) per maand.
Ten aanzien van het eerste en tweede lid moet aan navolgende voorwaarden worden voldaan:
de afspraken over de verhuur van de woning moeten in een schriftelijk huur- of kostgangersovereenkomst staan én;
belanghebbende toont het onder a genoemde aan door navolgende gegevens in te leveren:
een huur- of kostgangersovereenkomst én;
bankafschriften waaruit duidelijk blijkt dat de gevraagde prijs werkelijk wordt betaald én;
aangifte inkomstenbelasting (voor zover aangifte wordt gedaan).
Het bedrag dat wordt vrijgelaten wordt jaarlijks op 1 januari aangepast overeenkomstig de consumentenprijsindex zoals vastgesteld door het Centraal Bureau voor de Statistiek en zoals gehanteerd door Schulinck. De bedragen worden naar boven afgerond op hele euro’s.
Hoofdstuk 3: › Paragraaf 3.3:
Artikel 35:
Verlagen in verband met inkomsten uit commerciële verhuur
Onderdeel van Beleidsregel Participatiewet/IOAW/IOAZ Midden-Groningen 2022