de hoogte van het wettelijk voorschot als bedoeld in artikel 52, eerste lid van de Participatiewet is 90% van de maandnorm verminderd met:
het inkomen;
doorbetalingen, bronheffing en beslag;
de afstemming van de uitkering;
verlaging van de uitkering (bijvoorbeeld het ontbreken van woonlasten).
Het bedrag van het voorschot is het op grond van het eerste lid berekende eindbedrag omgerekend van een maand naar vier weken.
Het voorschot wordt bij toekenning van de uitkering in het geheel en ineens verrekend. Indien er geen uitkering wordt toegekend of indien de uitkering na verrekening ontoereikend is, wordt het voorschot geheel of (als het deels verrekend kan worden) gedeeltelijk teruggevorderd.
Het voorschot wordt niet verstrekt als duidelijk is dat er geen recht op een uitkering op grond van de Participatiewet bestaat. Evenmin bestaat recht op een voorschot als bedoeld in artikel 52, eerste lid van de Participatiewet als door verwijtbaar toedoen of nalaten van belanghebbende het recht op een uitkering door het college niet is vast te stellen.
Hoofdstuk 4:
Artikel 38:
Hoogte voorschot
Onderdeel van Beleidsregel Participatiewet/IOAW/IOAZ Midden-Groningen 2022