Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4:

Artikel 43:

Overbruggingsuitkering

Onderdeel van Beleidsregel Participatiewet/IOAW/IOAZ Midden-Groningen 2022

Omdat de bijstand achteraf wordt betaald en er vooraf ook de nodige kosten zijn (huur, energie, voedsel) bestaat, indien er geen andere middelen zijn, de mogelijkheid dat een belanghebbende de eerste maand soms niet kan overbruggen. Dit geldt ondanks dat er na vier weken een verplicht voorschot betaald moet worden. Omdat het voorschot bovendien terugbetaald moet worden, zou belanghebbende zonder een overbrugging in liquiditeitsproblemen komen. Daarom verstrekt het college een overbruggingsuitkering voor bijstandsgerechtigden die vanuit een nul-situatie in de bijstand komen en hierdoor de eerste maand niet kunnen overbruggen. Als de bijstand redelijkerwijs voorzienbaar was of aansluit op een eerder betalingspatroon of had kunnen reserveren voor deze kosten, bestaat er geen recht op een overbruggingsuitkering. In dat geval worden belanghebbenden geacht te reserveren voor deze kosten. Het college verstrekt een overbruggingsuitkering op grond van individueel bepaalde onvoorziene omstandigheden met toepassing van het individualiseringsbeginsel (artikel 18, eerste lid Participatiewet). Voor bijvoorbeeld statushouders die van de opvangregelingen overgaan naar een uitkering op grond van de Participatiewet, geldt dat hun situatie als onvoorzien wordt aangemerkt. Dit kan ook gelden indien sprake is van een plotselinge verlating door een voormalige partner. De overbruggingsuitkering is de voor betrokkene toepasselijke bijstandsnorm exclusief vakantiegeld voor de maand die overbrugd moet worden. Op de maandnorm (exclusief vakantiegeld als bedoeld in het vorig lid) wordt in mindering gebracht: de bedragen op de bankrekeningen (inclusief bijvoorbeeld spaar- en effectenrekeningen) waarover belanghebbende redelijkerwijs kan beschikken; contant geld; crypto valuta; de niet op de reguliere bijstand gekorte inkomsten (ook de voor de reguliere bijstand vrij te laten middelen worden op de overbruggingsuitkering in mindering gebracht), vermogensbestanddelen ontvangen in de overbruggingsperiode welke redelijkerwijs ingezet kunnen worden voor de bestaanskosten, tenzij deze gekort worden op de algemene bijstand; ook de in de bijstand vrijgelaten middelen moeten ingezet worden voor de overbrugging. Voor zover belanghebbende nog een COA-uitkering ontvangt over dezelfde periode als de bijstand, wordt dit bedrag op de reguliere bijstandsuitkering in mindering gebracht en niet op de overbruggingsuitkering. Voor zover en in zoverre het COA het bedrag terugvordert vindt geen verrekening plaats. De overbruggingsuitkering wordt in beginsel om niet verstrekt. Een overbruggingsuitkering heeft geen effect op het toekennen van bijzondere bijstand waaronder onder meer de individuele inkomenstoeslag. De overbruggingsuitkering is immers bedoeld voor noodzakelijke kosten van het bestaan en die kosten waren in de overbruggingsperiode hoger dan gebruikelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel