Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6: › Paragraaf 6.2:

Artikel 56:

Boetes afgestemd op de draagkracht

Onderdeel van Beleidsregel Participatiewet/IOAW/IOAZ Midden-Groningen 2022

Voor zover de draagkracht hiertoe aanleiding geeft, wordt het bedrag van de boete als bedoeld in artikel 2 Boetebesluit sociale zekerheidswetten verlaagd tot de som van de in het tweede lid bedoelde berekening. De draagkracht geeft hiertoe aanleiding als ingevolge artikel 2 van het Boetebesluit socialezekerheidswetten het totaal bedrag van de boete hoger is dan: 24 maanden keer het inkomen boven de niet gecorrigeerde beslagvrije voet indien sprake is van opzet; 18 maanden keer het inkomen boven de niet gecorrigeerde beslagvrije voet indien sprake is van grove schuld; 12 maanden keer het inkomen boven de niet gecorrigeerde beslagvrije voet indien geen sprake is van opzet, grove schuld of verminderde verwijtbaarheid; 6 maanden keer het inkomen boven de niet gecorrigeerde beslagvrije voet indien sprake is van verminderde verwijtbaarheid. De niet gecorrigeerde beslagvrije voet is 95% van de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm. Voor kostendelers is de beslagvrije voet in afwijking van het derde lid ten behoeve van de berekening van een boete 95% van de kostendelersnorm. Gelijktijdig met het versturen van het voornemen om een boete op te leggen vraagt het college betrokkenen om informatie te verstrekken over zijn of haar draagkracht. Voor zover betrokkene niet aan dit verzoek voldoet wordt geen rekening gehouden met de draagkracht, tenzij deze gegevens bij het college bekend zijn.

Rechtspraak bij dit artikel