Het recht op bijstand wordt voor de duur van ten hoogste acht weken opgeschort indien:
de belanghebbende de voor de verlening van bijstand van belang zijnde gegevens niet, niet tijdig of onvolledig heeft verstrekt en hem dit te verwijten valt;
de belanghebbende anderszins onvoldoende medewerking verleent.
De opschorting gaat in:
vanaf de eerste dag van de periode waarop het verzuim betrekking heeft, of
vanaf de dag van het verzuim als niet kan worden bepaald op welke periode dit verzuim betrekking heeft.
Indien de belanghebbende in het geval bedoeld in het eerste lid het verzuim niet herstelt binnen een daarvoor gestelde termijn, wordt de bijstand ingetrokken met ingang van de eerste dag waarover het recht op bijstand is opgeschort.
Hoofdstuk 7: › Paragraaf 7.1:
Artikel 65:
Opschorting recht op bijstand
Onderdeel van Beleidsregel Participatiewet/IOAW/IOAZ Midden-Groningen 2022