In afwijking van artikel 67 van deze Beleidsregel besluit het college van (verdere) inning af te zien als:
er sprake is van een problematische schuldensituatie, behoudens in het geval sprake is van:
vorderingen gedekt door pand of hypotheek;
vorderingen in verband met achteraf ontvangen middelen;
een geldlening op grond van art. 48, tweede lid sub a van de Participatiewet;
bijstand verstrekt aan een derde niet rechthebbende (onverschuldigde betaling; art. 6:203 Burgerlijk Wetboek);
vorderingen op zelfstandigen;
een situatie waarin er sprake is van een hoger vermogen dan de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm per maand voor periodieke algemene bijstand;
vorderingen als gevolg van het niet nakomen van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17, eerste lid van de Participatiewet of artikel 18a van de Participatiewet of artikel 30c, tweede of derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
intensief maar zonder succes (periodiek gedurende 60 maanden) is geprobeerd een vordering te innen en het niet aannemelijk is dat de debiteur op enig moment gaat aflossen, voor vorderingen als gevolg van artikel 17, eerste lid van de Participatiewet, artikel 18a van de Participatiewet of artikel 30c, tweede of derde lid Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen en in verband met achteraf verkregen middelen geldt dit als gedurende 120 maanden intensief maar zonder succes is geprobeerd om een vordering te innen en het niet aannemelijk is dat de debiteur nog gaat aflossen;
de belanghebbende in totaal een bedrag op de vordering heeft voldaan dat overeenkomt met 60 maanden de aflossingsnorm, of voor geldleningen in verband met woninginrichting 36 maanden de aflossingsnorm, tenzij het gaat om:
vorderingen als gevolg van het niet nakomen van de inlichtingenplicht als bedoeld in artikel 17, eerste lid van de Participatiewet of artikel 18a van de Participatiewet of artikel 30c, tweede of derde lid, van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen;
vorderingen gedekt door pand of hypotheek;
vorderingen in verband met achteraf ontvangen middelen;
geldlening op grond van art. 48, tweede lid sub a van de Participatiewet;
bijstand verstrekt aan een derde niet rechthebbende (onverschuldigde betaling; art. 6:203 Burgerlijk Wetboek);
zelfstandigen;
een situatie waarin er sprake is van een hoger vermogen dan de voor belanghebbende geldende bijstandsnorm per maand voor periodieke algemene bijstand.
er sprake is van verjaring;
er sprake is van zeer dringende redenen.
Hoofdstuk 7: › Paragraaf 7.1:
Artikel 70:
Afzien van (verdere) inning
Onderdeel van Beleidsregel Participatiewet/IOAW/IOAZ Midden-Groningen 2022