De debiteur moet iedere vordering ineens voldoen, tenzij een betalingsregeling is aangeboden of overeengekomen.
Als daartoe aanleiding bestaat, wordt de betalingsverplichting gewijzigd en daarvan mededeling gedaan aan de belanghebbende.
Bij de bepaling van de aflossingsverplichting wordt rekening gehouden met alle vermogens- en inkomstenbestanddelen waarover de debiteur en zijn/haar gezin beschikt of redelijkerwijs kan beschikken.
De vrijlatingen van middelen voor de algemene bijstand gelden niet voor de vaststelling van de aflossingsverplichting noch voor beslag.
Bij betaling in termijnen blijft de debiteur minimaal beschikken over de beslagvrije voet als bedoeld in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke rechtsvordering.
Hoofdstuk 7: › Paragraaf 7.1:
Artikel 74:
Vaststelling aflossingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregel Participatiewet/IOAW/IOAZ Midden-Groningen 2022