Het college ziet af van terugvordering:
als er sprake is van (zeer) dringende redenen;
als de vordering is vervallen of verjaard;
als belanghebbende geen enkel verwijt kan worden gemaakt én redelijkerwijs niet kon weten dat er teveel of ten onrechte een uitkering IOAW of IOAZ werd verstrekt;
van loonbelasting en premies volksverzekeringen als belanghebbende geen enkel verwijt kan worden gemaakt, dit gaat slechts op in geval sprake is van een terugvordering als gevolg van bij vergissing van het college teveel betaalde uitkering (artikel 25, tweede lid van de IOAW en IOAZ);
het (nog) terug te vorderen bedrag (na eventuele verrekening) lager is dan € 100,00 (als er een verrekening kan plaatsvinden, wordt eerst verrekend);
het onder e gestelde geldt niet in geval sprake is van een terugvordering als gevolg van het verwijtbaar niet (of niet volledig) nakomen van de inlichtingenplicht, als bedoeld in artikel 13 IOAW of IOAZ of artikel 30c, tweede en derde lid van de Wet structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen of in geval van een boete op grond van artikel 20a van de IOAW of IOAZ.
Hoofdstuk 7: › Paragraaf 7.2:
Artikel 81:
Afzien van het nemen van een terugvorderingsbesluit
Onderdeel van Beleidsregel Participatiewet/IOAW/IOAZ Midden-Groningen 2022