Het verlenen van kindvoorzieningen valt onder de Wmo 2015 en niet onder de Jeugdwet. Voorbeelden zijn: speelvoertuigen, aangepaste driewielers en kruiphulpmiddelen. Deze maatwerkvoorzieningen hebben een ontwikkelingsgericht karakter en kunnen ook dienen als mobiliteitshulpmiddel.
Driewielers
Het college kan een driewieler verlenen die zonodig is aangepast aan de beperking van het kind. Een driewieler kan, mede gelet op de hoogte van de kosten, wel als algemeen gebruikelijke voorziening worden aangemerkt. Immers, tot vier jaar is het in ieder geval normaal dat een kind een driewieler of een fiets met zijwieltjes gebruikt, mits het natuurlijk een passende oplossing is voor de problematiek.
Speelvoorzieningen
Speelmobielen en vliegende Hollanders zijn maatwerkvoorzieningen gericht op het spelen en verplaatsen voor buiten (vervoersvoorziening). Deze speelvoorzieningen zijn sneller en wendbaarder dan handbewogen rolstoelen. Bovendien geeft het kinderen de mogelijkheid langere afstanden af te leggen. Het college beoordeelt ook hier of een speelvoorziening als algemeen gebruikelijke voorziening kan worden gekwalificeerd.
Kruipwagens en kruiphulpmiddelen
Kinderen kunnen zich liggend of zittend op deze hulpmiddelen voortbewegen. Ze zijn bedoeld voor kinderen die vanwege beenfunctiestoornissen niet in staat zijn te kruipen.
Hoofdstuk 10
Artikel 10.5
Kindvoorzieningen
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2022