De cliënt op wie het primaat van verhuizing van toepassing is, kan in aanmerking komen voor een tegemoetkoming in de kosten van het verhuizen. Deze tegemoetkoming wordt in principe pas uitbetaald als de cliënt feitelijk is verhuisd naar een door het college geschikt bevonden woning. Als de cliënt echter een huurcontract overlegt, dan kan het college eerder overgaan tot uitbetaling. Wel moet duidelijk zijn dat het om een geschikte woning gaat. De hoogte van de tegemoetkoming is in principe gemaximeerd (zie Besluit). Binnen een medisch gezien aanvaardbare termijn, maar uiterlijk binnen 15 maanden nadat de tegemoetkoming in verhuiskosten en/of inrichtingskosten is toegekend dient de cliënt verhuisd te zijn naar een adequate woning. De cliënt stuurt een gereedmeldingsformulier naar het college om aan te tonen dat men verhuisd is naar een voor hen adequate woning, overeenkomstig het advies. Hierna kan worden overgegaan tot uitbetaling.
Eerste verhuizing algemeen gebruikelijk
De tegemoetkoming in de verhuiskosten en/of inrichtingskosten is niet bestemd voor inwonende personen die niet de (mede)huurder of (mede)eigenaar van de woning zijn. Denk bijvoorbeeld aan inwonende kinderen. In het algemeen is het zo dat iedereen, ongeacht het hebben van beperkingen, geconfronteerd wordt met de kosten van een eerste verhuizing. Het gaat daarom om algemeen gebruikelijke kosten.
Hoofdstuk 12
Artikel 12.3
Verhuiskosten en/of inrichtingskosten
Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2022