Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 13

Artikel 13.6

Pgb-vaardigheid

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Noordoostpolder 2022

De budgethouder moet pgb-vaardig zijn. Dat wil zeggen dat de budgethouder in staat moet zijn om de aan het pgb verbonden taken (verplichtingen) op verantwoorde wijze uit te voeren (CRVB:2021:2575). Bij deze taken wordt in ieder geval gedacht aan het sluiten van overeenkomsten en het aansturen en aanspreken van de ondersteuner op zijn verplichtingen (TK 2013/2014, 33 841, nr. 3, p. 38). Het college moet vaststellen of: de aan het pgb verbonden taken op verantwoorde wijze kunnen worden uitgevoerd. de beheerstaken met voldoende afstand en kritisch kunnen worden vervuld. 13.6.1 Hulp bij pgb-vaardigheid De budgethouder kan een vertegenwoordiger hebben. Dat is een persoon of rechtspersoon die een cliënt vertegenwoordigt die niet in staat kan worden geacht tot een redelijke waardering van zijn belangen (art. 1.1.1, eerste lid, van de wet). Eenvoudig gezegd: de budgethouder zelf is niet pgb-vaardig. Bij een vertegenwoordiger kan het gaan om een persoon die door de budgethouder gemachtigd is of een wettelijke vertegenwoordiger die is aangesteld door de rechtbank (bewindvoerder, curator of mentor). Het college moet dan vaststellen of de vertegenwoordiger pgb-vaardig is (zie verder hierna). Bewindvoerder Met de aanstelling van een bewindvoerder is het risico dat het pgb niet besteed zal worden aan de daarvoor bestemde doelen voldoende ondervangen (RBGEL:2019:4940). Het spreekt voor zich dat het college niet bevoegd is een oordeel te geven of de bewindvoerder de taken uit hoofde van de bewindvoering op juiste wijze uitvoert. Maar het college zal wel moeten vaststellen of de bewindvoerder de (andere) taken die aan het pgb zijn verbonden op juiste wijze uitvoert. Denk bijvoorbeeld aan het aansturen en aanspreken van de ondersteuner en het evalueren van de geboden ondersteuning. Wie kan gemachtigd worden Voorbeelden van personen die de budgethouder kan machtigen zijn: de echtgenoot, de geregistreerde partner of andere levensgezel van de cliënt, de ouder, kind, broer of zus (art. 1.1.1, tweede lid, van de wet). Volmacht vereist Zonder volmacht kunnen de hiervoor genoemde personen niet als vertegenwoordiger optreden als de cliënt dat niet wenst. Dat moet het college onderzoeken. Handelwijze vertegenwoordiger Is de handelwijze van de vertegenwoordiger eerder aanleiding geweest voor de herziening of intrekking van een pgb, dan kan deze persoon niet meer de pgb-vaardigheid van de budgethouder overnemen. Dit ter bescherming van de budgethouder. Het college zal de cliënt in de gelegenheid moeten stellen om een andere vertegenwoordiger te machtigen die in staat is de pgb-vaardigheid op zich te nemen. Belang van de cliënt centraal De vertegenwoordiger mag alleen handelen in het belang van de cliënt en dus niet ook zijn eigen belang dienen. Een vertegenwoordiger zorgt er feitelijk voor dat (namens) de budgethouder de verplichtingen die aan het pgb zijn verbonden ook daadwerkelijk worden nagekomen. Hij biedt de budgethouder gewaarborgde hulp. Dat is van belang omdat de gevolgen van het niet of onvoldoende nakomen van verplichtingen in principe voor rekening en risico van de budgethouder komen. Denk aan de weigering van een pgb, het intrekken van het recht op pgb of de terugvordering van een ten onrechte of tot een te hoog bedrag betaald pgb. Blijkt uit onderzoek dat de vertegenwoordiger de gewaarborgde hulp niet kan bieden of daar tenminste twijfels over bestaan, dan weigert het college het pgb. Deze weigeringsgrond is ook in de Verordening neergelegd (art. 12.5, derde lid, van de Verordening). 13.6.2 Conflicterende belangen Het kan voorkomen dat de vertegenwoordiger ook degene is aan wie het pgb wordt besteed. In dat geval weigert het college het pgb omdat de aan het pgb verbonden taken niet op verantwoorde wijze kunnen worden uitgevoerd. Immers kan niet worden vastgesteld dat de beheerstaken met voldoende afstand en kritisch kunnen worden vervuld (CRVB:2019:3761, CRVB:2019:2803). Het kan gaan om een derde aan wie het pgb wordt besteed maar ook om een vertegenwoordiger die een aan die derde gelieerde persoon is. Daaronder wordt bijvoorbeeld een medewerker verstaan die bij deze derde in dienst is of er op een andere manier verwevenheid bestaat. Deze weigeringsgrond is ook in de Verordening neergelegd (art. 12.5, eerste lid onder a, van de Verordening). 13.6.3 Persoon sociaal netwerk is de derde Conflicterende belangen zijn ook aan de orde als het een persoon uit het sociaal netwerk betreft. Slechts in zeer hoge uitzondering wordt een pgb toegekend als de persoon uit het sociaal netwerk zowel als vertegenwoordiger optreedt als ook de derde is aan wie het pgb wordt besteed. Denk aan de situatie waarin de ondersteuning alleen kan worden geboden door die persoon en voldoende aannemelijk is dat primair het belang van de cliënt voldoende is gewaarborgd. Dat kan ook blijken uit de motivatie van de budgethouder waarom hij kiest om de betreffende persoon uit het sociaal netwerk in te willen schakelen. Deze persoon mag daarbij op geen enkele wijze druk uitoefenen op de cliënt bij de besluitvorming. Dat wil zeggen de budgethouder mag niet door deze persoon worden beïnvloed. 13.6.4 Vaststellen pgb-vaardigheid Het college moet vaststellen of de cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger pgb-vaardig is. Daarvoor wordt onderzocht of de cliënt: Een goed overzicht van zijn eigen situatie kan houden. Weet welke regels er horen bij een pgb. Een overzichtelijke pgb-administratie kan bijhouden. Kan communiceren met de gemeente, de SVB en ondersteuners. Zelfstandig kan handelen en zelf voor ondersteuners kiezen. Zelf afspraken kan maken, deze afspraken kan bijhouden en zich hier aan te houden. Kan beoordelen of de ondersteuning uit het pgb bij hem past. Zelf de ondersteuning kan regelen met één of meer ondersteuners. Kan zorgen dat de ondersteuners die voor hem werken weten wat ze moeten doen. Weet wat te doen als werkgever of opdrachtgever van een ondersteuner. Deze 10 punten zijn gebaseerd op de handreiking en infographic pgb-vaardigheid van de Rijksoverheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel